Over smaak valt te twisten

In tegenstelling tot wat de oude dooddoener zegt, valt over smaak wel degelijk te twisten, mits je de grenzen kent waarbinnen discussiëren over kunst zinvol is. Soms vergeten we dat de taal slechts een abstractie is van de werkelijkheid. Het woord ‘schoon’ bijvoorbeeld, bestond oorspronkelijk alleen als bijvoeglijk naamwoord, zoals in ‘de schone jonkvrouw’, maar er is ook een zelfstandig naamwoord ‘schoonheid’ van gemaakt. Schoonheid is een leeg abstract begrip, waarover men niets kan zeggen; wel over schoonheid in relatie tot een object. De Romeinse bouwmeester Vitruvius maakte die fout toen hij Schoonheid opstelde als één van de universele principes voor het ontwerpen van bouwwerken. Velen zijn Vitruvius gevolgd en zij hebben hun regels opgeschreven, geen universele regels. De mens zal nooit weet hebben van buitenmenselijke waarheden, zoals een vis er nooit achter zal komen wat water is. Alleen met de taal is het mogelijk om ver af te dwalen van de werkelijkheid. De eeuwenlange zoektochten naar de Schoonheid, de Ideale Verhouding of het Goddelijke, zijn vergeefse zoektochten. Er is niets gevonden, het was enkel spelen met woorden. Twisten over de Schoonheid is zinloos.  

Ideeënleer  

Toch is het mogelijk om door een bepaald object verleid te worden te twisten in algemene begrippen, namelijk als het object dat tentoongesteld is iets anders moet voorstellen dan wat het is. In de conceptuele kunst wordt het idee achter het object van groter belang geacht dan het object zelf. De zak aardappelen in een grote witte zaal van het museum is kunst omdat het geen zak aardappelen is maar… – en vul maar een grootse gedachte in. Degene die slechts een zak aardappelen ziet, kan niet denken op niveau. Die onbedwingbare behoefte om achter al het zichtbare een groots idee te zien, geeft het zichtbare een mysterieuze glans. Priesters, filosofen, dichters en schilders, allen willen in woorden of beelden een poging wagen om iets te laten zien van het wonder dat leven heet. Allen zijn kunstenaars die trachten de ongrijpbare wereld in hun werk te tonen. In tegenstelling tot de conceptuele kunst, want deze toont het wonder niet in zijn werk, maar hoopt op een fantasievolle toeschouwer, die bij een zak aardappelen een wonderlijke gedachte krijgt. Over kunstwerken die niet tonen, valt niet te twisten. 

Twisten is beoordelen 

Het Griekse kritikè betekent schifting. Krinein is schiften, beoordelen en een voorkeur uitspreken. De mens doet niets anders dan beoordelen; het is zelfs één van zijn oerinstincten om te mijden wat niet goed voor hem is. Kritiek is vanouds bedoeld om het kaf van het koren te scheiden. Kritiek kunnen we leveren als er meerdere objecten zijn en we vast moeten stellen welke objecten goed en minder goed zijn. Dit kan slechts in vergelijking met de bestaande kunstwerken die de criticus kent. Die criticus moet duidelijk maken waarom het ene beter is en bekend maken wat zijn criteria zijn. Een wijnkenner heeft bij het drinken van een nieuwe wijn een schat aan vergelijkingsmateriaal, waarmee hij de nieuwe wijn kan plaatsen en goed kan uitleggen welke kwaliteiten de wijn heeft. De persoon die geen verstand heeft van wijnen kan twee dingen zeggen: dat de wijn hem smaakt of niet smaakt. Er zal ook geen goede discussie kunnen plaatsvinden tussen de beide heren door niveauverschil in kennis. Twisten over zaken waarvan er één geen kennis heeft is zinloos. 

Zonder twist geen kunst 

Vaak twist je niet meer, omdat je herinneringen hebt aan de oeverloze, abstracte verhalen over schoonheid of fantastische verhalen over wat de kunstenaar nu ‘echt’ bedoelt met zijn kunstwerk, of aan een monoloog van een kunstkenner waarin je niet kunt inbreken, omdat je de kennis niet bezit om tot een discussie te komen. Om dit soort discussies te vermijden zeg je: over smaak valt niet te twisten. Omdat deze uitspraak zo algemeen geaccepteerd is, kun je een vermoeiend gesprek voorkomen. Bovengenoemde twisten hebben ook geen zin; je moet slechts twisten over kunstwerken die op je overkomen als wonderlijk, betoverend of verschrikkelijk. Vanaf hier kan de analyse zowel rationeel als gevoelsmatig plaatsvinden met vragen als: wat is het nu wat raakt en waarom? Het gaat niet om het bestrijden van ons eerste instinctieve oordeel, maar juist om het intensiveren en bewust laten worden van ons eerste oordeel. Is het eerste instinctieve oordeel uitgekristalliseerd tot een bewust oordeel, dan wordt het mogelijk om helder te communiceren met een ander. Want iemand die niet verder komt dan mooi of lelijk leert niets over zichzelf en niets van een ander. Met ons oordeel kunnen wij anderen wijzen op wat zij niet zagen, maar ook andersom. Als je niet meer twist over smaak, verandert kunst in consumptiegoed: het is lekker of niet lekker. Er is dan geen enkele discussie meer mogelijk. Als kritiek, interpretaties en het twisten over kunstwerken ophoudt, dan houdt de levensvatbaarheid van de kunst zelf op.