Wel of niet delen is het dilemma van deze tijd

Een stukje voor mezelf, wat anderen niet kunnen weten, mogen weten, willen weten! Nou ja, waarvan ik niet wil dat ze het weten. Via een drietal invalshoeken en een kleine beschouwing neem ik je mee in mijn privacy-wereld en geef ik graag een stukje van mezelf bloot om het vervolgens bij jou terug te leggen.  

Privacy is;

De Van Dale omschrijft privacy als volgt: ‘de persoonlijke vrijheid, het ongehinderd, alleen, in eigen kring of met een partner ergens kunnen vertoeven; gelegenheid om zich af te zonderen, om storende invloeden van de buitenwereld te ontgaan, een toestand waarin een mens er zeker van is dat zonder zijn toestemming zo weinig mogelijk andere mensen zich op zijn terrein zullen begeven.’

Privacy hangt sterk samen met hoever we iemand in onze comfortzone laat komen. Bij mensen die dichtbij ons staan hebben we minder privacy nodig dan bij onbekenden. Wat laten we van onszelf zien en wat bewaren we voor onszelf? Verschilt daarbij per persoon ook de behoefte aan privacy en een ‘plekje voor jezelf?’

Privacy doet;

Om te zorgen dat we voor onszelf een acceptabel niveau van privacy creëren zetten we sloten – al dan niet digitaal – op deuren, ramen, accounts, websites, documenten, computers, et cetera.

Privacy geeft ons een gevoel van veiligheid omdat de ander (familie, buren, overheid, bedrijven) dingen niet van ons weet. Het bestaan van het – al dan niet fysieke – ‘plekje voor jezelf’ is iets wat ons gevoel dus blijkbaar beïnvloedt en daarmee ons functioneren in de samenleving en ons zijn in professionele en persoonlijke kring. De overtuiging dat we die ruimte (vrijheid) en veiligheid hebben, geeft ons juist weer de ruimte dingen te doen die we anders  niet zouden  ‘durven.’

Privacy ontzegt;

Door “nine-eleven”, oftewel de aanslag op de Twin-towers in New York in 2001, worden veel zaken die gerelateerd zijn aan veiligheid sterk benadrukt. Met de Amerikaanse overheid voorop werd om het hardst geroepen dat we alle gegevens van iedereen vast moesten leggen. Dit zou dan resulteren in een veel veiliger wereld.

Dat dit een verlies van onze privacy inhield, was vanaf het begin duidelijk, maar werd allereerst als aanvaardbaar bestempeld. Na enige tijd kwamen, vooral in Europa, stemmen op dat verhouding verlies privacy/winst veiligheid uit balans was. We leverden te veel informatie en privacy in en kregen er te weinig zekere veiligheid voor terug.

Het behoud van mijn privacy heeft als nadeel dat ik bijvoorbeeld de VS niet meer in kom, doordat ik geen visum krijg. Ik onthoud hen tenslotte de ‘noodzakelijke’ gegevens om de gerechtvaardigde oorlog tegen terrorisme te kunnen voeren.  Mijn bewegingsvrijheid wordt dus beperkt als ik vasthoud aan mijn privacy-principes.

In hoeverre dat laatste reëel is valt te bezien, want moeten we inderdaad informatie aanleveren die nog niet bekend is? Of gaat het erom dat er nóg een instantie over die gegevens zal gaan beschikken. Het lijkt zelfs meer een principekwestie te zijn dan het daadwerkelijk niet willen afgeven van informatie die nog bij geen enkele instantie bekend is.

Spanningsveld;

Dat laatste, het inleveren aan mobiliteit ten opzichte van het bewaren van mijn ‘plekje voor mezelf’, of omgekeerd natuurlijk, is een van de onderdelen van het spanningsveld dat we kunnen ervaren.

Hoeveel privacy leveren we in en hoeveel veiligheid levert ons dat op? Een lastig dilemma. Daarnaast is het zo dat ieder persoon dat anders weegt, maar overheden ook. Overheden beschikken nu al over een grote hoeveelheid persoonsinformatie, dus als zij besluiten die te delen is de afweging van haar individuele burgers niet direct van invloed (hooguit bij de eerstvolgende verkiezingen).

Wat we dus – bewust en onbewust – wel of niet delen, is dan ook het dilemma van deze tijd. Mogelijk gaan jongeren hier soepeler of gemakzuchtiger mee om dan ouderen, bijvoorbeeld op internet. Zij hebben in hun opgroeien al andere waarden meegekregen en leven die na.  We zouden dus kunnen concluderen dat de behoefte aan privacy leeftijd en generatieafhankelijk is. Gevoelsmatig is het voor mij ook niet te stoppen. Willen we een website bezoeken dan accepteren we de voorwaarden of cookies. Wat de overheid en bedrijven echt van ons weten, is haast niet te controleren. De grenzen vervagen, of we dat nu willen of niet.

Een ver en onbereikbaar oord (fysiek en digitaal) klinkt in deze context verleidelijk, als we tenminste zoeken naar de mogelijkheid alles voor onszelf te houden. Toch is het niet ondenkbaar dat zulke locaties eigenlijk niet meer bestaan en we uiteindelijk overal getraceerd zullen kunnen worden.

Een stukje voor mezelf,waarvan ik denk dat  anderen dat niet kunnen weten, mogen weten, willen weten! Wil ik inderdaad echt niet dat ze het weten?

Geplaatst in Privacy

Over Jochem Sneep

Jochem Sneep (1976) was 4 jaar raadslid voor het CDA in Woerden en actief als scriba binnen de Christelijk Gereformeerde Kerk. Tegenwoordig actief als speler en bestuurslid bij een voetbalvereniging. Hoewel Sneep in het geheel geen literaire of filosofische achtergrond heeft, deelt hij zijn visie graag met anderen en is altijd discussie-paraat.