Strenger straffen, zinvol of juist niet?

Een steeds weerkerend thema in het maatschappelijke debat is de vraag of er in Nederland niet te lage straffen worden opgelegd. Uit enquêtes blijkt het Nederlandse publiek van opvatting te zijn, dat  de opgelegde (gevangenis)straffen te laag zijn.

Vanzelfsprekend mengen ook de politiek partijen zich in dit debat en onder de Kabinetten Rutte I en Rutte II zijn diverse wetsvoorstellen tot verzwaring van het strafklimaat ingediend, waaronder in 2011 het Wetsvoorstel minimumstraffen.

Kort gezegd strekte het wetsvoorstel ertoe, ter uitvoering van het regeerakkoord, om in het volwassenenstrafrecht minimumstraffen in te voeren voor die gevallen, waarin iemand binnen tien jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een misdrijf, waarop wettelijk een maximumstraf van twaalf jaar of meer is gesteld. Denk hierbij aan niet alleen aan doodslag en moord, maar ook aan ernstige zedendelicten en het toebrengen van zware mishandeling met voorbedachten rade.

Als minimumstraf werd voorgesteld ten minste de helft van de maximumstraf, dus bij doodslag 6 jaar.

Staatsrechtelijk kader

In de traditionele West-Europese rolverdeling tussen de staatsmachten is het aan de wetgever niet alleen strafbare feiten en de daarop gestelde straffen in wetten vast te leggen, maar ook om de bevoegdheden van de (straf)rechter te bepalen. Daarmee zijn in beginsel de kaders van de rechterlijke taak op het gebied van strafoplegging gegeven.

Binnen diezelfde rolverdeling is in een democratische rechtsstaat als de Nederlandse het berechten van strafbare feiten en het opleggen van vrijheidsbenemende straffen opgedragen aan de onafhankelijke rechter. De rechter heeft bij de straftoemeting  een grote mate van vrijheid en die vormt een wezenlijk element van ons strafrechtelijk stelsel.

Doel van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel beoogt niet, zoals in de Memorie van Toelichting (MvT) wordt opgemerkt, afbreuk te doen aan de vrijheid van de rechter bij de straftoemeting. Het Kabinet (Rutte I) is echter van mening, dat de maatschappelijke opvattingen over de ernst van bepaalde misdrijven en de daarop passende bestraffing gewijzigd zijn en ziet ruimte voor zwaardere straffen. In de MvT wordt hiervoor geen enkele empirische onderbouwing gegeven.

Straftoemeting

Als de rechter wettig en overtuigend bewezen acht, dat een verdachte een strafbaar feit heeft begaan en daarvoor ook strafbaar is, komt hij/zij (ruim de helft van de Nederlandse rechters zijn vrouw) toe aan de strafoplegging, waarbij het gaat om welk soort straf, de strafmodaliteit, en de strafmaat, hoe hoog moet de boete of de rijontzegging zijn hoe lang de vrijheidsbenemende straf.

Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met:

  • De ernst van het feit,
  • De omstandigheden waaronder het is gepleegd,
  • De gevolgen van het feit voor het slachtoffer en de maatschappij,
  • De persoon van de dader, waarbij wordt gekeken naar eerdere veroordelingen en adviezen van gedragsdeskundigen.

De straf mag in zwaarte niet disproportioneel zijn. In de woorden van een aanbeveling van de Raad van Ministers van de Raad van Europa:

“Whatever rationales for sentencing are declared, disproportionality between the seriousness of the offence and the sentence should be avoided.”

Aangevoerde argumenten voor zwaardere straffen

De samenleving vindt (de) straffen te laag

De in een algemene enquête opgenomen vraag of Nederlandse rechters te laag straffen wordt overwegend bevestigend beantwoord. Uit herhaald wetenschappelijk onderzoek, onder anderen door prof. Wagenaar, blijkt echter, dat bij meer informatie over de achtergrond van de strafzaak en de dader die geïnformeerde burgers ongeveer gelijke en soms zelfs lagere straffen opleggen dan de rechter deed.

Uit analyse van door rechters over de laatste decennia opgelegde straffen in ernstige zaken blijkt, dat het Nederlandse strafklimaat zich van betrekkelijk mild tot één van de strengste in West-Europa heeft ontwikkeld. Niet alleen worden gevangenisstraffen steeds meer ook in relatief lichte zaken opgelegd, de gemiddelde duur van de gevangenisstraf is in de laatste twintig jaar met ruim 2,5 jaar gegroeid en ook de levenslange gevangenisstraf  – in Nederland behoudens gratie echt levenslang – wordt steeds vaker uitgesproken.

Zwaardere straffen vergroten (het gevoel van) de veiligheid en verminderen recidive

Anders dan veel media en politici verkondigen, dalen de criminaliteitscijfers al jaren. En uit herhaald opinieonderzoek blijkt, dat de Nederlander zichzelf steeds veiliger is gaan voelen en juist denkt dat de ander zich onveilig voelt.

Daling van recidive heeft vele oorzaken, met name een grote pakkans voorkomt strafbare feiten, en criminelen maken hun eigen afweging, waarbij – zo er al kennis is van een eventuele straf, hetgeen zelden het geval is – zij zich door een zware straf niet van een uitermate lucratief misdrijf als bijvoorbeeld de invoer van harddrugs zullen laten weerhouden.

Uit landen met (meer) minimumstraffen is ook geen empirisch onderzoek bekend, waaruit zou blijken daardoor lagere recidivecijfers voorkomen.

De huidige stand van zaken

In de overgang van Rutte I naar Rutte II is dit wetsontwerp in de la verdwenen. Niet alleen door de nieuwe regeringspartij PvdA, maar ook omdat uitvoering heel duur bleek.

De rechter houdt de vrijheid straf toe te meten tot de volgende discussie.

Geplaatst in Straf

Over Erik van den Emster

Erik van den Emster was voorzitter van de Raad van de rechtspraak. Hij is sinds lange tijd actief in de rechterlijke macht en heeft ruime ervaring in zowel de straf- als civiele sector. Momenteel is hij werkzaam als raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Arnhem/Leeuwarden en als rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Rotterdam.