Mensen met aversies

Kieskeurigheid is een vervelende eigenschap. Sommige mensen vinden allerlei voedingsmiddelen niet lekker. Ik ken iemand die niet van kaas houdt (vooruit, kan gebeuren), maar daarnaast ook niet van spekjes en zelfs niet van kip, terwijl hij geen vegetariër is. Het is lastig koken voor zo iemand. Je mag nooit kritiek hebben op iemands voedseltaboes, omdat zoveel mensen willen afvallen, koosjer, halal, vegetarisch/veganistisch eten of medische dieetrestricties volgen, maar degenen die zomaar van alles niet lusten vind ik behoorlijk irritant. Kinderachtig, nuffig, slecht opgevoed. Ik verdenk zo iemand van een gesloten wereldbeeld, in ieder geval van een stuitend gebrek aan avontuurlijkheid.

In de liefde moet een mens juist kieskeurig zijn. Het luistert nauw met wie je je leven wil delen, maar wat ben ik blij dat ik nooit een internetdatingprofiel heb hoeven opstellen. Ik word al wanhopig bij de gedachte hoe ik mezelf adequaat zou moeten beschrijven, laat staan aan wat voor criteria een potentiële geliefde zou moeten beantwoorden. Informatie over het karakter blijft onvermijdelijk steken in nietszeggendheden (spontaan, onafhankelijk, gevoel voor humor), dus nemen mensen hun toevlucht tot het vermelden van hun interesses en voorkeursbezigheden. Dit vanuit de vooronderstelling dat wat iemand leuk vindt of graag doet een springplank voor de liefde is.

Het is ontegenzeggelijk handig als mensen in een relatie bepaalde liefhebberijen delen. Als je allebei plezier in zeilen hebt, kun je lekker samen zeilen. Maar tegelijk is zo’n voorkeur of smaak ook volstrekt onbelangrijk. Het feit dat iemand van jazz houdt of de amateurfotografie beoefent zou voor mij geen reden zijn om een oogje op hem te laten vallen of hem juist af te wijzen. Net zo min als ik me kan voorstellen dat iemand zich in mij geïnteresseerd betoont omdat ik weleens tennis of naar het theater ga. Veel mensen afficheren zichzelf aan de hand van kleurloze allemansvoorkeuren (strandwandelingen, goede gesprekken bij het knappend haardvuur, stedentripjes), waar alleen maar onbenulligheid vanaf straalt. Dit zijn dingen die iedereen op z’n tijd wel leuk vindt, al moet je er ook weer niet aan denken om avond in avond uit met je geliefde goede gesprekken bij de open haard te voeren.

Smaken en voorkeuren leggen weinig gewicht in de schaal voor liefde, maar spelen in de vriendschap en bij oppervlakkige contacten wel degelijk een belangrijke rol. Vriendschappen ontstaan op grond van een gemeenschappelijke voorliefde voor een sport, een hobby, bepaalde popmuziek of rondom een politieke overtuiging. Ook de losse gesprekken op feestjes, borrels of buurtbarbecues gaan vaak over dingen waar iemand zich bij betrokken voelt en plezier aan beleeft. Bijvoorbeeld de laatste film van Quentin Tarantino of hoe Ajax ervoor staat of een recept voor tabouleh. Het gespreksonderwerp kan beperkt zijn, maar als iemand een rijkgeschakeerde mening over Tarantino heeft, kun je er donder op zeggen dat hij meer films heeft gezien dan alleen die ene, waarmee het onafzienbare terrein ‘film’ open ligt voor conversatie.

Gesprekken over smaak hebben een horizon verruimende functie. Het cliché wil dat er over smaak niet valt te twisten en dat klopt in zoverre dat een geharnaste discussie tussen een liefhebber en een hater van klassieke muziek even vervelend als zinloos is. Maar een conversatie van een Beethoven-fan met een paar mensen die er geen uitgesproken mening op nahouden kan zeer de moeite waard zijn. Al was het maar doordat je de persoon die enthousiast uitweidt over een of andere voorliefde beter leert kennen. De bedoeling van een conversatie is niet om gelijk te krijgen met je standpunt, maar om dingen te vernemen die nieuw of interessant zijn, waar je je eigen ideeën naast kunt zetten die wellicht voor anderen weer een nieuw gezichtspunt kunnen betekenen. Gesprekken over voorkeuren zijn bij uitstek geschikt om inhoudelijk iets nieuws te ontdekken en om andere mensen beter te leren kennen.

Pontificaal beleden aversies daarentegen werken fnuikend op de lopende conversatie en stralen ongunstig af op degene die ze uitdraagt. Laatst kwam ik in gesprek met een jonge vrouw, een twintiger met een universiteitsdiploma, die zei dat ze graag las, zij het uitsluitend fantasy. Aan literatuur (alle literatuur!) had ze een hekel. Ik moest denken aan de man met zoveel gaten in zijn eet-repertoire. Hoe geborneerd moet je wel niet zijn om het hele gebied van de literatuur achteloos af te wijzen, alsof het om een willekeurig automerk gaat dat je lelijk vindt?

Julian Barnes hield niet van opera, vertelde hij in een interview in de Volkskrant. Maar omdat deze kunstvorm te veel statuur had om zomaar van tafel te vegen, zweeg hij over zijn aversie en ging om de paar jaar naar de opera om te controleren of hij er nog steeds niets aan vond. Tegen z’n zeventigste kwam de omslag. Ineens ervoer hij de zeggingskracht van opera.

Wie er al te uitgesproken aversies op nahoudt ontneemt zichzelf de kans op onverwachte ervaringen.

Geplaatst in Smaak

Over Beatrijs Ritsema

Beatrijs Ritsema (1954) studeerde sociale psychologie. Na haar studie werkte ze als onderzoeker en sinds 1983 is ze journalist en publicist. In Trouw schrijft ze een wekelijkse adviesrubriek over etiquette en omgangsvormen.