Manipulatie en gemeenschapszin

Manipulatie is een breed begrip. In de van Dale wordt het woord onder andere vertaald als beïnvloeding. In andere omschrijvingen wordt hier echter aan toegevoegd dat deze beïnvloeding wordt aangewend om er zelf beter van te worden, met gebruikmaking van argumenten die niet ter zake doen. Voorzichtiger omschreven zou op zijn minst beweerd kunnen worden dat bij manipulatie het argument ondergeschikt is aan het eigenbelang.

Het is niet onredelijk te veronderstellen dat veel mensen ongeveer deze betekenis voor ogen hebben als zij denken aan het woord manipulatie, al dient er rekening mee te worden gehouden dat we te maken hebben met een diffuus begrip. Hieronder zal worden vastgehouden aan bovenstaande omschrijving, waarbij zal worden ingegaan op twee mogelijke uitkomsten van het gebruik van manipulatie met betrekking tot de gemeenschap als geheel. Er wordt dus niet gestreefd naar volledigheid omtrent het begrip manipulatie.

Manipulatie is van alle tijden. Alexander de Grote en Julius Caesar moeten ras-manipulators zijn geweest, die hun troepen in hachelijke situaties en zonder enige garantie tot succes zover wisten te krijgen dat zij hen tot in de verste uithoeken van de wereld volgden. Er werd de troepen rijkdom en bezit in het vooruitzicht gesteld, waar het voor velen in werkelijkheid ellende en de dood betekende. Daarbij lieten beiden zichzelf als godheid verheerlijken om hun persoonlijke roem te dienen.

Met recht kan worden gezegd dat Alexander en Caesar het eigenbelang boven het argument stelden, maar er speelde ook iets anders. Beide mannen hadden een grotere droom die verweven was met hun eigenbelang. Zij wilden de stichters zijn van een Rijk dat de eeuwen kon doorstaan. De vooruitzichten die zij stelden maakten zij waar voor de troepen die het overleefden. Alexander stichtte waar hij kwam steden, alwaar hij zijn ondergeschikten leidende posities toebedeelde. Caesar verdeelde grote stukken land onder de veteranen die zijn veldtochten overleefden. Zij bonden deze mannen aan zich en versterkten daarmee het gemeenschapsgevoel. Natuurlijk valt hier van alles op af te dingen. Zij zaaiden bijvoorbeeld dood en verderf onder hun tegenstanders en bovendien werden zij gehaat door andere inheemse facties. Het punt hier is echter dat zij in ieder geval getracht hebben een samenbindende factor te zijn binnen de eigen gemeenschap.

Ook onze moderne tijd kent figuren die proberen samen te binden en die het manipuleren niet vreemd zijn. Barack Obama is hiervan wellicht het bekendste hedendaagse voorbeeld. Hoewel hij zich ook bedient van steekhoudende argumenten heeft hij met name zijn eerste verkiezing gewonnen met behulp van zijn charisma en de simpele slogan “yes we can!”. Maar wát kunnen we dan? Als je zijn campagne enigszins hebt gevolgd was het antwoord daarop: we kunnen alles. Dit klopt natuurlijk niet en dat is ook gebleken in het vervolg van zijn presidentschap. Maar ook Obama probeert samen te binden en dat is hem gedeeltelijk gelukt, al moet gezegd worden dat ook in zijn geval inheemse facties bestaan die zijn bloed wel kunnen drinken.

Hoewel een aantal aspecten in het optreden van Obama duiden op een kentering, lijkt er met name de laatste decennia een verandering te zijn opgetreden in de wijze waarop en het doel waarvoor manipulatie wordt ingezet. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door het nog steeds relatief nieuwe fenomeen genaamd internet. Anderzijds door de met kapitalistische en neoliberale invloeden doordrenkte maatschappijvormen in met name het Westen.

De kapitalistisch-neoliberale theorie heeft ervoor gezorgd dat er een steeds grotere symbiose plaatsvindt tussen overheid en bedrijfsleven. De boodschap van directeuren alsmede staatshoofden is vaak: succes is de maatstaf waaraan het welslagen van een leven wordt afgemeten. Er wordt daarbij van uitgegaan dat persoonlijk welslagen ook goed is voor het grotere geheel. In de praktijk is dit echter slechts gedeeltelijk waar, want waar voorheen op de manipulatieve weegschaal meer balans bestond tussen persoonlijke roem en gemeenschapszin, lijkt deze momenteel door te slaan in het voordeel van het eerste.

Met bovenstaande in het achterhoofd wordt het bedrijfsleven met goedkeuring van overheden middels internet steeds beter in staat gesteld ons te manipuleren, waarbij de waarden van de kapitalistisch-neoliberale theorie hoog in het vaandel staan. Het bekende voorbeeld hierbij is natuurlijk dat wanneer je een zoekterm gebruikt er daarna ineens allerlei gerelateerde reclame-uitingen op je worden afgevuurd. De onderliggende boodschap van deze reclames is steeds vaker: koop dit en je hoort erbij, doe het niet en val af. De grote bedrijven, zelf slechts geïnteresseerd in hun eigenbelang, stimuleren op deze wijze mensen ook slechts voor het eigenbelang te gaan.

Uiteindelijk raakt in een dergelijke maatschappelijke sfeer het gebruik van manipulatie volledig losgezongen van de samenleving als geheel. Het wantrouwen naar elkaar toe zal hierdoor steeds groter worden, want men manipuleert slechts voor zichzelf. Manipulatie kan daardoor helaas steeds vaker als ontbindende in plaats van samenbindende factor voor de gemeenschap worden beschouwd.

Geplaatst in Manipulatie

Over David van der Landen

David van der Landen studeerde in 2003 als docent af aan de Faculteit Geschiedenis van de Hogeschool van Utrecht. Sindsdien geeft hij les aan VMBO klassen op scholengemeenschap De Goudse waarden te Gouda. In 2012 studeerde hij af aan de Universiteit van Utrecht, alwaar hij de Deeltijdmaster Geschiedenis volgde. Zijn afstudeerscriptie handelde over de utopische tendensen in het werk van de Egyptische filosoof Hassan Hanafi. Momenteel volgt hij de Eerstegraads Master Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.