Je moet God niet benoemen maar beleven

Als het onweert en de donder zich laat horen, kruipen katten weg en sidderen honden van angst. Alle dieren komen gevaar, lijden en dood tegen op hun levenspad. Maar in tegenstelling tot mensen roepen zij niet hun voorouders aan, of werpen zij zich in aanbidding neer voor een opperwezen, in de hoop op verlossing, troost en eeuwig leven.De mens bedacht echter dat elke vorm van gevaar, lijden en dood een bovennatuurlijke kracht zou moeten betekenen. De onwetendheid moest worden gedefinieerd. Zo zijn de goden ontstaan. Men “geloofde” erin, dat wil zeggen dat men het niet zeker wist, want geloven staat synoniem voor iets vermoeden of als aannemelijk achten. Geloofde men lang geleden nog in vele goden, ooit is een stamgod komen boven drijven en heeft de titel en benaming “God” gekregen, omdat men meende dat er geen andere god was dan die god.

Het al dan niet opgedrongen collectief vereren van zo’n god noemt men religie. Het groepsgevoel, onderling vertrouwen en de sociale controle die hierbij worden ervaren, schaden echter de individuele spirituele beleving. Geïnstitutionaliseerde religie moet daarom niet verward worden met spiritualiteit; meestal betekent het een het einde van het ander. Bovendien is religie grotendeels gebaseerd op mythevorming, welke een richtinggevende en mobiliserende functie hebben voor ontvankelijke goedgelovigen. Het appelleert immers aan gevoelens van schuld en angst.

In de twintigste eeuw zijn twee meesterwerkjes gemaakt welke het thema religie hebben belicht vanuit een interessant perspectief; God van John Lennon en Road to Nowhere van David Byrne, destijds leadzanger van de groep Talking Heads. Eerstgenoemde is zoekende naar de spiritualiteit in religie en vindt God in zichzelf en in de liefde zoals hij deze persoonlijk ervaart. Laatstgenoemde is zoekende naar een religieuze beleving, zonder daarbij een beroep te doen op een opperwezen; een soort gospel voor atheïsten.

John Lennon begint zijn tekst met de controversiële stelling; “God is a concept, by which we measure our pain.” Zoals men vroeger de goden bedacht om betekenis te geven aan gevaar, lijden en dood, zo meent Lennon dat god een concept is waarmee we onze lijdensweg meten. Zo redeneerde hij ooit dat mensen die heel erg lijden nu eenmaal houvast zoeken bij god en een zogenaamd heilig boek; des te meer men lijdt, des te meer men “God” zoekt.

In het kunstwerk begint Lennon een opsomming van mensen en dingen waarin hij ooit heeft getracht de waarheid te zoeken, maar deze nooit heeft gevonden; een lijst die religieuze figuren en concepten omvat, maar tevens ‘valse idolen’ als Elvis, Kennedy, Hitler en zelfs Zimmerman (de echte naam van Bob Dylan). Na een dramatische pauze, concludeert hij dat hij enkel gelooft in zichzelf, dat wil zeggen, Yoko Ono en zichzelf; zijn individuele ervaring van de liefde.

Lennon heeft later verklaard geen atheïst te zijn, maar elke vorm van gecultiveerde godsbeleving te hekelen. Hij meende weldegelijk in God te kunnen geloven, zonder het ooit uit te hoeven spreken; “Je moet God niet benoemen maar beleven. Niet in een kerk, niet in gebed, maar in jezelf en in het leven als zodanig”, aldus Lennon.

David Byrne meent juist met zijn meesterwerk Road to Nowhere een religieuze beleving na te streven door het vieren van het nihilisme. Hierbij laat hij de verschillen tussen spiritualteit en dwaze hoop vervagen. Hoe dan ook, Byrne laat de luisteraar toetreden tot de vrolijke mars naar de vergetelheid, want dat is waar we naartoe op weg zijn! Onze enige zekerheid, maar tevens onze grootste angst, is de dood. Op het ritme van een dodenmars is Road to Nowhere een onweerstaanbaar vrolijke opmars richting ‘die zekerheid’. Het biedt troost en verlichting zoals een religie dat zou behoren te doen, maar dan zonder te streven naar een hiernamaals, een beter leven.

Waar het religies ontbreekt aan een spirituele zoektocht naar het diepste innerlijk, dragen God en Road to Nowhere religieuze elementen in zich zonder het collectieve godsbesef aan te halen. Lennon zoekt, om Willem Kloos aan te halen, “God in het binnenste van zijn gedachten.” En Byrne zoekt de levensweg door het lijden op een bijna evangelische manier te ‘vieren’. Want na dit leven is er niets meer, maar desondanks moet er een pad bewandeld worden.

Geplaatst in Religie

Over Thomas Langerak

Thomas Langerak (1973, Woerden) is autodidact en beschouwt academies als een beknotting van creativiteit. Wanneer hij niet reist is hij woonachtig te Utrecht. Zijn passies liggen behalve in het bezoeken van landen en culturen, in geschiedenis en sociale antropologie en het ontdekken van muziek en literatuur.