Instinct

Zowel bij onverwachte successen als bij faliekante miskleunen hoor je wel zeggen: ‘ik volgde gewoon mijn instinct’. Of dat nou gaat over het nemen van een penalty of het kiezen van een bankstel, vrijwel nooit heeft het werkelijk met instinct te maken, maar met intuïtie. Eén verschil tussen ‘intuïtie’ en ‘instinct’ is dat ’instinct’ in de wetenschap definieerbaar en bruikbaar is, ook al zijn wetenschappers het over de definitie oneens. ‘Intuïtie’ is een stuk vager en complexer en onttrekt zich aan elke vorm van logica. Het is daarbij paradoxaal te noemen dat we geneigd zijn het instinct te beschouwen als iets dierlijks en intuïtie als iets menselijks. Voorbeelden uit de praktijk scheppen helderheid.

Ik wandel aan het eind van de middag door de stad. Ik heb trek. De geur van gefrituurde rundvleeskroketten bereikt mijn reukorgaan. In gedachten bijt ik al in de knapperige korst en komt de zachte warme, geurige vulling in mijn mond. Ik volg mijn instinct en neem er een. Ik denk er niet bij na.

Ik bezichtig een huis dat te koop staat. Het is een goed huis, het voldoet aan mijn eisen. Maar er is iets aan dat huis, iets dat me niet bevalt. Zelfs als ik er over nadenk, kan ik het gevoel niet plaatsen. Ik koop het huis niet, want ik heb geleerd mijn intuïtie te volgen.

Ik ontmoet een aardige, mooie vrouw die ik nog van vroeger ken. Ik flirt met haar want ik ben single en best wel happy. Maar het zou best nog happier mogen, vind ik. Ik volg mijn instinct. Voordat ik erover heb nagedacht staan we ongegeneerd te zoenen op de hoek van een drukke straat. Onze lijven vertonen allerlei instinctieve reacties. Vervolgens wordt het erg leuk met die vrouw. Sterker nog, het blijft leuk.  Ze wil met me samenwonen. Ik zeg meteen ja, want mijn intuïtie zegt me dat ik zeker van haar ben. En zij van mij. We gaan zelfs trouwen. Ik hoef er niet over na te denken. Het is een gevoel. Het gevoel zegt ‘ja’ en het gevoel neemt de beslissing voor me.

Een instinct is een aangeboren gedragspatroon dat geheel of grotendeels gebaseerd is op een genetische basis. Daardoor zijn instincten binnen een diersoort weinig of niet variabel: alle individuen van een soort vertonen dit instinct. Althans, individuen van dezelfde leeftijdsklasse en geslacht. Er wordt niet bij nagedacht. Dat is niet nodig, want de evolutie heeft al uitgevogeld dat ik dit specifieke gedrag het beste kan vertonen bij deze specifieke prikkel. Gedragsbiologen toonden aan dat hoe langer de prikkel uitblijft (happy single), des te sterker zij werkt als ze er dan ineens weer is (happy single ziet aantrekkelijke vrouw).

Het meest voorspelbare instinctieve gedrag is dat van dieren met weinig of geen hersens, zoals kwallen, zeeanemonen, sponzen en pantoffeldiertjes. Hoe meer hersenen, des te meer kan een dier, met de dingen die het heeft geleerd, besluiten anders om te gaan met zijn instincten. Dat begint al bij vissen, slangen en insecten, maar het meest complex in dit opzicht zijn natuurlijk mensen.

Intuïtie lijkt in zoverre op instinct, dat er evenmin nadenken aan te pas komt. Het verschil is echter dat je een instinctieve handeling, achteraf, een logische verklaring kan meegeven. Bij intuïtie weet je het gewoon niet, het is een beetje hocus pocus. Misschien is de vrouwelijke intuïtie daarom wel beruchter dan die van mannen: logica is meer een mannendingetje. Verder krijgen instincten niet zelden een hormonaal duwtje in de rug, bovenop wat het zenuwstelsel doet.

Er zijn van die dingen die we niet of moeilijk kunnen laten. Meestal zijn dat oude instincten. Bij dieren werkt dat prima, maar de zeer fantasierijke Homo sapiens maakt er een potje van, doordat hij of zij nieuwe instincten kan programmeren, zoals zuipen of roken bij de prikkel ‘ellendige toestand’. Maar ook: heel veel snoepen en snacken bij lekkere trek. Die instinctieve neiging is niet nieuw en stamt nog uit een tijd waarin voedsel schaars was en er nog geen snoepwinkels en chipsfabrieken bestonden. Je hebt weinig aan dat instinct, maar het is er nog. De overvloed aan voedsel is zo recent dat we het overbodig geworden instinct nog niet kwijt zijn geraakt.

Soms werkt een oud instinct waar je niks meer aan had ineens weer heel goed. Bij sociale apen, zoals de mens, wil je voortdurend weten wat je aan je stamgenoten hebt. Dus ga je dat uitvlooien. Maar als je soortgenoten niet dichtbij zijn, maar op een school, in een fabriek, kantoor of file, dan valt er niks te vlooien. Ons oude instinct maakt nu sinds een aantal jaar dankbaar gebruik van iets nieuws: het mobieltje. Soortgenoten in de gaten houden, het kan altijd en overal! Telecommunicatief vlooien is dat. Oud instinctief gedrag in een nieuw jasje.

Geplaatst in Instinct

Over Frans Ellenbroek

Frans Ellenbroek (Den Haag, 1951) is bioloog, directeur van Natuurmuseum Brabant, schrijver en beeldend kunstenaar. Hij promoveerde in 1990 op ethologische en oecologische aspecten van competitie bij spitsmuizen. Publicaties waarin zijn interesses samenkwamen zijn ‘De biologische evolutie van de kunsten’ (2006) en ‘Stadsmens of natuurmens?’ (2009).