Het internet is net zo onveilig als de echte wereld

Facebook, Twitter, Instagram, Pinterest, LinkedIn, Flickr, Google. Tien jaar geleden nauwelijks bekend of niet bestaand, nu niet meer weg te denken uit onze huidige maatschappij. Maar ondanks de snelheid waarmee deze websites zijn gekomen is het allerminst zeker dat ze nog bestaan over tien jaar, evenals de privacy-discussie die met de opkomst van sociale media weer actueel blijkt. Wat is de huidige staat van internet?

Waar televisie als medium eenrichtingsverkeer is wat mensen in het beste geval samenbrengt en in het slechtste geval tot kijkvee reduceert, is internet tot een echte verbinder uitgegroeid. Ebay, Marktplaats, AirBnB, Uber en andere initiatieven brengen het beste van internet naar boven: dat van het verbinden van persoon A met persoon B. Contact leggen met iemand uit Sydney omdat je op zoek bent naar een slaapadres (via AirBnB) en ter plekke per taxi van een lokale bewoner van bestemming naar bestemming worden gebracht (via Uber) is de cyberwereld zoals het een mooie toekomst tegemoet gaat: als bruggenbouwer.

Deze medaille kent een keerzijde: het meer en meer opgeven van privacy. Want we staan pas aan het begin, natuurlijk. Waar mensen nu al achterover slaan van de privacy-instellingen van Facebook, is het scenario dat Dave Eggers schetst in zijn roman “De Cirkel” steeds minder utopisch te noemen. In dit boek wordt een wereld beschreven waarin privacy min of meer strafbaar is – althans binnen het bedrijf waar hoofdpersoon Amy werkt: een mix van Facebook, Google en Twitter. Alles wat Amy doet gaat online. Privacy is iets waar haar ouders op het platteland nog bekend mee zijn, maar wie mee wil tellen deelt alles met iedereen, overal en altijd. Via het net is alles met iedereen altijd verbonden en als je je daar aan probeert te onttrekken, werk je het volmaken van de cirkel (volledige transparantie) tegen: een doodzonde in een wereld waarin privacy als egoistisch wordt gezien en delen als iets nobels. De filosofische vraag die daaropvolgend gesteld kan worden, is of delen nobeler is dan sommige zaken voor jezelf houden.

Als de overheid een beslissing neemt die met staatsveiligheid te maken heeft, wordt dit zelden gedeeld met de burger. Dat wordt doorgaans geaccepteerd als een klein offer voor het feit dat we een veilig gevoel willen. Als de geschiedenis ons iets leert is het wel dat ieder volk haar waardigheid opoffert als dat ervoor zorgt dat de status quo gehandhaafd blijft. Welke Nederlander gaat de straat op om Zuckerberg en consorten aan te klagen, zolang diezelfde Nederlander nog altijd drie keer per jaar op vakantie gaat? Hier komen we bij de kern van het probleem: het opgeven van privacy als onderdeel van een wereld met volledige transparantie is een utopie. Die wereld zal namelijk nimmer bestaan omdat er altijd mensen, bedrijven of overheden zullen zijn die achter de knoppen zitten om die transparantie mogelijk maken – wat hen per definitie niet transparant maakt. Ze weten immers meer van mij dan ik van hen. Deze ongelijkheid in kennis geeft het ongemakkelijke gevoel van latente onvrede en maakt privacy tot een probleem van alle tijden.

Als frequente gebruiker van internet heb ik persoonlijk nog nooit hinder ondervonden van dat gebruik. Het heeft me veel nieuwe contacten opgeleverd, ik heb voor duizenden euro’s spullen verkocht en gekocht via online markten, ik heb mijn werk kunnen promoten en daardoor een publiek aan kunnen boren dat ik zonder internet nimmer had kunnen bereiken.

Ik heb dan ook het idee dat het gebruik van internet vergelijkbaar is met rijden in een auto: je kunt duizenden kilometers rijden zonder een kras, maar een keer niet opletten en je auto is total-loss. Als je op de snelweg van het wereldwijde net niet in je spiegels blijft kijken loop je de kans om gehackt te worden. Bankrekeningen kunnen worden geplunderd zonder dat de dief daarvoor uit zijn luie stoel hoeft te komen. Maar laten we eerlijk zijn: dit zijn uitzonderingen. In 2012 maakte de Nederlandse vereniging van banken bekend dat er zo’n 35 miljoen euro aan frauduleuze handelingen was uitgevoerd in dat jaar. Ter vergelijking: in datzelfde jaar was de omzet van de Nederlandse e-commerce bijna 10 miljard. Een kans van 1 op 285 dat er iets mis gaat tijdens een transactie. Het fraudecijfer is overigens al jaren dalende.

Terug naar de beginvraag: hoe staat internet ervoor? Internet wordt steeds persoonlijker en vraagt steeds meer van de gebruiker. Anoniem surfen is al bijna onmogelijk geworden. Via cookies en “slimme software” is het mogelijk een gebruiker te volgen. In de praktijk blijkt dit echter geen problemen te veroorzaken: slechts in het geval van een identiteitsfraude of oplichting zorgt dit voor problemen. Goh, dat internet. Het is net de echte wereld.