Grenzen aan maakbaarheid

“De sociaal-geograaf kijkt naar de maakbare wereld, terwijl de fysisch-geograaf naar de natuurlijke aarde kijkt.” Vijfentwintig jaar geleden leek dit het simpele antwoord als gevraagd werd naar het verschil tussen sociale-geografie en fysische-geografie. Terwijl de sociaal-geograaf onderzoek deed naar de gevolgen van de Sector Wide Approach (SWAp)  in de gezondheidssector in de allerarmste ontwikkelingslanden, deed de fysisch-geograaf onderzoek naar ijstijden die het gevolg zouden zijn van de zogenaamde Milankovic-cycli die zich herhalen over perioden van tienduizenden jaren. Terwijl de sociaal-geograaf naar de Eik van Guernica keek als symbool van identiteit voor de Basken, zag de fysisch-geograaf wat de nog steeds zichtbare gevolgen zijn op het landschap van Kreta van een aardbeving in de 4e eeuw na Christus. Terwijl de sociaal-geograaf onderzocht hoe de krimp in Parkstad Limburg kan worden aangepakt, bestudeerde de fysisch geograaf de spectaculaire zeespiegelstijging van tientallen meters voor de Nederlandse kust gedurende de laatste duizenden jaren. De laatste decennia is er echter iets aan het veranderen binnen deze logische tweedeling.

Onbewust maakbaar

Langzaam maar zeker sluipt de mens de fysische-geografie binnen. In eerste instantie vooral nog onbewust. De zeespiegel stijgt niet alleen meer door de tektonische bodemdaling en andere natuurlijke oorzaken, maar ook dankzij het door de mens veroorzaakte broeikaseffect. Het broeikaseffect dat zorgt voor de opwarming van de aarde waardoor ijskappen smelten. Wanneer een land als Nederland niets doet, versturen onze achterkleinkinderen in 2086 ansichtkaarten uit Amersfoort aan Zee. Grote delen van West- en Noord-Nederland en het rivierengebied zullen onder water verdwijnen. Klimaatzones zullen verschuiven, zodat Spanje langzaam in een woestijn verandert en in Nederland druiven en olijven kunnen worden verbouwd. Een dagje in Amersfoort aan het strand voelt heerlijk mediterraan aan. Tropische orkanen gaan vaker voorkomen en zullen krachtiger zijn. Vooral het zuidwesten van de Verenigde Staten en Oost-Azië zullen hier de gevolgen van merken. Katrina en Haiyan zullen snel vergeten zijn, als jaarlijks vergelijkbare schade wordt aangericht.

Terugdraaien?

Sinds eind jaren ’80 het broeikaseffect voor het eerst is gekoppeld aan het menselijk handelen, wordt er regelmatig over gesproken hoe deze gevolgen terug te dringen. Zo is in 1988 het IPCC opgericht en wordt er sinds 1995 door de belangrijkste landen jaarlijks vergaderd. De bekendste is de bijeenkomst in Kyoto in 1997. Hier zijn vooral afspraken gemaakt over het terugdringen van de CO2-uitstoot, het belangrijkste broeikasgas. Wereldwijd moet de uitstoot van CO2 in 2020 5,2% lager zijn dan in 1990. Afgesproken is dat deze vermindering helemaal wordt opgebracht door de rijke landen. De ontwikkelingslanden hoeven daar niet aan mee te doen omdat reductie de economische ontwikkeling van deze armere landen in de weg zou staan. Wanneer in 2001 George Bush president wordt van de VS, de allergrootste producent van CO2, weigert hij de afspraken van Kyoto te ratificeren. Tot op heden wordt dit nog steeds door de VS geweigerd omdat een van de grootste struikelblokken de positie van China is. Omdat China nog steeds te boek staat als ontwikkelingsland vindt het zelf dat CO2-reductie nog niet nodig is. Terwijl het 5 jaar geleden Europa is gepasseerd als producent van CO2 per hoofd van de bevolking. Het ziet er naar uit dat de uitstoot van CO2 blijft groeien en dat de in 2009 in Kopenhagen afgesproken beperking van de opwarming van de aarde met maximaal 2 graden tot 2050, niet wordt gehaald. De sociale-geografie lijkt het terugdraaien van de maakbaarheid binnen de fysische-geografie in de weg staan.

Bewust maakbaar

Er zijn wetenschappers die niet bij de pakken neerzitten en allerlei methoden bedenken om op een andere manier de aarde af te koelen. Een systeem van miljoenen spiegels in de ruimte om zonlicht te weerkaatsen voordat het de aarde bereikt, het bemesten van de oceanen met ijzer om algen te laten groeien die weer CO2 opnemen of het injecteren van sulfaat in de atmosfeer om een vulkaanuitbarsting zoals van de Pinatubo na te bootsen. Dit zijn allemaal voorbeelden van geo-engineering. Op deze manier wordt de fysische-geografie bewust maakbaar. Dit soort plannen zijn echter niet alleen een kwestie van tijd, ook een kwestie van geld. Op dit moment zijn deze plannen namelijk nog onbetaalbaar. Om die ruimtespiegels op de gewenste schaal op hun plek te krijgen moeten André Kuipers en zijn collega’s 870.000 keer met de spaceshuttle op en neer. Totdat dit soort knutselen aan de aarde betaalbaar wordt, is de scheiding tussen de sociale- en fysische-geografie nog grotendeels intact.

En als er ook de komende decennia politiek niks aan de gevolgen van het broeikaseffect wordt gedaan, is de aarde over een paar eeuwen misschien wel helemaal onleefbaar voor de mens. Ook de maakbaarheid heeft zijn grenzen.