Geslaagd?!

‘Een collega maakt gemene grappen. Je denkt dat het discriminerend is. Wat doe je?’

Dit is een voorbeeld van een casus uit het inburgeringexamen Kennis Nederlandse Samenleving, het examen dat elke aspirant Nederlander moet maken. Het examen dat toetst of iemand goed zal integreren. Ik heb het laatst gemaakt. Niet om een verblijfsvergunning te krijgen (ik ben een allochtoon, maar alleen omdat ik als Nederlander in Frankrijk woon), maar gewoon uit nieuwsgierigheid. Voor de lol, zeg maar.

Het merendeel van de 39 voorbeeldvragen behandelt praktische vraagstukken; waartoe dient een notaris, bij wie vraag je een hypotheek aan en hoe schrijf je jouw kind in op de middelbare school? Slechts een aantal casussen zijn gericht op sociale omgangsvormen, waarbij – tot mijn schrik – het leidend thema lijkt te zijn; hoe ga je om met de racistische (of op zijn minst onbeschofte) autochtone Nederlander?

Wat doe je bijvoorbeeld als iemand het stom vindt dat je een hoofddoek draagt? Als iemand vindt dat je rare dingen eet? Of als de huurbaas niet wil verhuren aan buitenlanders? Er wordt blijkbaar niet alleen van onze toekomstige landgenoten verwacht dat zij hier als modelburgers op reageren, maar zij worden tijdens de cursus en examen actief voorbereidt op de mogelijk kwetsende, of in ieder geval frustrerende, interactie met Nederlanders. De toelatingseisen die wij voor nieuwe burgers stellen, fatsoenlijk gedrag, geldt blijkbaar niet voor ons zelf.

Waarom staan er geen vragen in zoals: wat breng je mee als je door de buren uitgenodigd wordt op een barbecue? Moet je tijdens een verjaardagsfeestje altijd netjes in de kring blijven zitten? Of: hoeveel koekjes mag je pakken als je bij iemand op de koffie bent? Waarschijnlijk omdat de kans dat je gastvrij uitgenodigd wordt om deel te nemen aan het sociale leven van de autochtone Nederlander kleiner is dan de kans dat je een rotopmerking naar je hoofd geslingerd krijgt. Oh, nee, correctie. Er is inderdaad een casus waarbij iemand uitgenodigd wordt voor de koffie, door de Chinees ogende Su wel te verstaan.

Waarom staan er in een examen dat over de kennis van de Nederlandse samenleving gaat niet meer vragen met betrekking tot (positieve) normen en waarden, culturele uitingen of typisch Nederlandse gedragingen? Waarschijnlijk omdat er niet zoiets bestaat als dé Nederlandse cultuur. Wij bestaan uit een geheel van honderden kleine subcultuurtjes, die soms raakvlakken hebben en soms totaal van elkaar verschillen. Ik zelf voel mij bijvoorbeeld meer verwant met een Ghanees die dezelfde culturele festivals bezoekt, dan met de SBS6 kijkende Jan Smit liefhebber.

Zoals eerder benoemd woon ik niet meer in Nederland. Ruim drie jaar geleden ben ik verhuisd naar Frankrijk. Niet voor de liefde, noch voor een studie of een baan, maar gewoon omdat ik het zat was om maar dertig dagen per jaar zon te hebben. Ik heb dankzij de open grenzen geen inburgeringcursus hoeven doen om hier te mogen wonen. Ik heb geen persoonlijke aanvraag hoeven indienen en niemand heeft mijn dossier behandeld. Ik heb gewoon mijn boeltje gepakt en ben vertrokken.

Toch ben ik onlangs ook hier onderworpen aan een examen. Grappig genoeg in een geheel Nederlandse context, namelijk op Sinterklaasavond. Het was Marie geweest, de vriendin van de enige andere Nederlandse binnen mijn Toulousaanse vriendengroep, die als eerste het concept van de Sinterklaassurprise omarmd had en haar enthousiasme heeft laten overwaaien naar de andere Franse vrienden. Dit jaar was het derde jaar op rij dat het gezelschap bijeenkwam met gedichten, kunstig in elkaar geknutselde cadeautjes en bergen pepernoten.

Mijn surprise, je raad het al, bestond uit een inburgeringexamen. Het was gekscherend natuurlijk. Ik moest de tongbrekende Franse zin voorlezen: “Les chaussettes de la duchesse sont-elles sèches ou archi-sèches” (wat na enig oefenen lukte), la Marseillaise zingen (ik ken letterlijk slechts een zin uit het hele volkslied) en tien Franse kazen noemen (geen enkel probleem).

Ik twijfel er echter niet aan dat ik goed geïntegreerd ben in de Franse samenleving. Ik heb de taal geleerd, woon met Franse huisgenoten, kan af en toe werk vinden en weet inmiddels wanneer ik iemand moet begroeten met een uitgestoken hand of twee kussen op de wangen. Bovendien verschilt mijn Nederlandse subcultuurtje nauwelijks van de subcultuurtjes die ik hier tref. Maar, laten we eerlijk zijn, de reden waarom ik in een mum van tijd ingeburgerd ben in Frankrijk is ook omdat ik als hoogopgeleide, blonde, Nederlandse vrouw met open armen verwelkomd werd.

Nederlanders en andere (West-)Europeanen verwarren integratie nogal eens met assimilatie, maar in feite betekent het woord het samensmelten van meerdere bevolkingsgroepen. Zoals mijn Franse vrienden op Sinterklaasavond zo mooi hebben laten zien, kan (moet!) het van twee kanten komen.

Geplaatst in Integratie

Over Inge van Engelenburg

Inge van Engelenburg heeft Culturele Maatschappelijke Vorming gestudeerd aan de Hogeschool van Utrecht en de beroepsopleiding tot coach gedaan. Op dit moment woont ze in Toulouse, Frankrijk, uit verlangen naar meer zon, beter eten en meer natuur.