Eigendom in Amerika

Veel mensen beschouwen Amerika nog altijd als een lichtend baken van rijkdom en vrijheid. Amerikanen stellen zeer veel prijs op hun eigendommen en op het recht om deze zo nodig met geweld te verdedigen. Volgens velen getuigt het van een doorgeslagen materialisme. De obsessie met bezit en het wantrouwen jegens alle vormen van dwang en gezag die zo kenmerkend zijn voor de Amerikaanse samenleving vinden hun oorsprong in de ontstaansgeschiedenis van het land.

Magna Carta

Tot laat in de achttiende eeuw waren de Amerikaanse staten een verzameling Britse koloniën. Deze wisten zich in de loop der tijd te ontwikkelen tot welvarende gebieden. De belastingplicht bleef gehandhaafd, maar inspraak in het bestuur bleef uit. Volgens veel Amerikanen een grove schending van hun rechten, en bovendien een aanslag op hun persoonlijk eigendom. Onder het motto ‘no taxation without representation’ kwamen ze in 1775 in opstand.
In de Verenigde Staten werden de democratische ideeën voor het eerst op zo’n grote schaal toegepast. Dit maakte het Amerikaanse democratische experiment zo uniek. Maar de idealen waarmee de revolutionairen hun opstand rechtvaardigden waren minder vernieuwend. Ze kwamen voort uit een lange Europese, maar bovenal Engelse, traditie.
Zo gaat de oorsprong van de onafhankelijkheidsverklaring en de Grondwet terug op de Magna Carta, een handvest dat in het jaar 1215 door de Engelse koning Jan zonder Land met gezonde tegenzin werd ondertekend. Met zijn handtekening beloofde de koning in de toekomst onder meer geen onredelijke belastingen te zullen opleggen en de eigendomsrechten van alle vrije burgers te zullen respecteren, hetgeen hij daarvoor had nagelaten. Het ‘contract’ dat op die dag werd gesloten tussen de vorst en zijn onderdanen groeide in de daaropvolgende eeuwen uit tot een symbool van burgerlijke vrijheden.

Verlichting
Maar de ideologie van de Amerikaanse Revolutie moet bovenal beschouwd worden binnen de context van de Europese Verlichting. Vooral de Britse filosoof John Locke (1632-1704) verdient krediet. De beroemdste passage uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, over het onvervreemdbare recht op ‘leven, vrijheid en het nastreven van geluk’, lijkt verdacht veel op een fragment uit Locke’s Two Treatises of Government. Hierin sprak Locke over het recht op leven, vrijheid en bezit.
Het nastreven van geluk klonk misschien wat meer verheven in de oren van Thomas Jefferson, maar het staat vast dat Locke’s theorieën over bezit en natuurlijk recht een belangrijke inspiratie vormden. Iedere staat was verplicht het bezit van haar burgers te beschermen, aldus Locke. Hij oordeelde dat een regering die willekeurig belastingen oplegde aan het volk de ‘fundamentele wet van het eigendom’ overtrad. In dat geval had het volk het recht om in opstand te komen. Geen wonder dat de Amerikanen in Locke een voorbeeld zagen.

De tirannie van de meerderheid

Na de onafhankelijkheid was de allereerste zorg van de Amerikanen de opkomst van een nieuw despotisch regime te voorkomen. Weinig Amerikanen hielden er rekening mee dat naast despoten ook overenthousiaste democratische meerderheden een bron van onderdrukking konden vormen.
Dit ondervonden veel Amerikanen tijdens de roerige beginjaren van de Republiek. In het heersende egalitaire klimaat was elke vorm van privilege en ieder onderscheid in eigendom ineens verdacht geworden. De elites en de opkomende klassen van ondernemers en kooplieden voelden zich meer en meer in hun eigendommen bedreigd.
De grondwet van 1787 was deels ontworpen om de ‘excessen van de democratie’ te beteugelen, door meer macht van de staten naar Washington over te hevelen. Ook de rechtspraak bleek een nuttig wapen ter bescherming van burgerrechten en persoonlijk eigendom tegen democratisch radicalisme. De rechters beschermden de rechten van het soevereine volk tegen misbruik en onderdrukking, door zowel bestuurders als volksvertegenwoordigers.

Reuzensprong

De reuzensprong die Amerika in de negentiende eeuw maakte had nooit plaats kunnen vinden als het land geen manier gevonden had om het eigendom van de burgers te garanderen. Deze garantie is een cruciale voorwaarde voor economische groei en technologische vooruitgang. Het beloont en stimuleert hard werk en inventiviteit. Al vroeg was deze drijfveer in Amerika aanwezig. Zo kon welvaart ontstaan op een schaal die weinigen vooraf voor mogelijk hadden gehouden.
Bescherming van eigendom was cruciaal voor de oprichters. Als producten van de Verlichting zagen zij persoonlijk eigendom als een natuurlijk recht, dat door de staat bewaakt moest worden. Al kort na hun onafhankelijkheid beseften veel Amerikanen dat er ook zoiets bestond als een teveel aan democratie. Ter bescherming van hun rechten en eigendommen zagen de Amerikanen zich daarom genoodzaakt een deel van hun soevereiniteit uit handen te geven.
Eigendom maakt onafhankelijk. Het bezit van een eigen stuk land en een eigen boerderij maakte van de Amerikaan een vrij en waardig man. De uitkomst van het Amerikaanse democratische experiment leunde op dit concept van republikeins burgerschap. Sindsdien heeft het begrip eigendom een groot deel van deze waardigheid verloren. Van een symbool van waardigheid en onafhankelijkheid is eigendom verworden tot een doel op zich.

Geplaatst in Eigendom

Over Eric Mus

Eric Mus (1985) studeerde Geschiedenis en American Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn masterscriptie ging over het Ierse nationalisme in Chicago aan het eind van de negentiende eeuw. Hij liep stage als online redacteur bij Maarten!, het tijdschrift van Maarten van Rossem, en schreef een artikel voor JOOP.