Eigendom en bezit

Wanneer over eigendom gesproken wordt, moet allereerst bepaald worden waar men het precies over heeft. Eigendom mag namelijk niet te gemakkelijk verward worden met bezit. In juridisch termen verwijst eigendom naar iets dat rechtens aan een persoon toebehoort, terwijl bezit in theorie ook op illegale wijze verkregen kan zijn. In dat geval berusten de eigendomsrechten niet bij de persoon die het bezit in de praktijk beheert.

In het magistrale Herfsttij der Middeleeuwen merkte Johan Huizinga op dat ‘sedert de dertiende eeuw de overtuiging, dat het de teugelloze hebzucht is, die de wereld verderft, in de schatting der geesten de hoogmoed van zijn plaats als eerste en noodlottigste der zonden verdringt.’ Met de opkomst van het protestantisme, het vroegkapitalisme en het mercantilisme werd de hebzucht gekanaliseerd en als voortbrenger van algemeen welzijn verdedigd. Het verwerven van eigendom werd niet langer als zonde beschouwd, maar zorgde ervoor dat individuen en in het kielzog daarvan de samenleving als geheel zich verhieven. Het Protestantisme kenmerkte zich daarbij door een hoog arbeidsethos. Eigendom kon alleen verworven worden na gedane arbeid, van de noeste soort welteverstaan. Uiteindelijk kristalliseerde de eigendomsgedachte zich in de moderne tijd uit tot twee dominante politiek-economische stromingen: het kapitalisme en het communisme.

Aan het einde van de twintigste eeuw zakte het communistische systeem als een kaartenhuis in elkaar, waarna velen aan de kapitalistische ideologie utopische kenmerken toedichtte. Natuurlijk bestonden er tegengeluiden, maar met name in het Westen geloofde men dat de vrije markt het medicijn tegen alle ellende in de wereld was. Kapitalistische democratieën konden gemaakt worden, want wie wilde niet een graantje meepikken van de welvaart die de economische grootmachten in het vooruitzicht stelde. Het enige juiste, wereldomvattende, systeem had overwonnen en was er om er voor eeuwig te blijven. Kapitalisme sloeg om in hyperkapitalisme en het mantra werd: hebzucht = goed.

Toen sloeg de crisis toe en inmiddels wordt terecht de vraag gesteld of de ongebreidelde vrije markt inderdaad tegelijkertijd goed is voor individu en samenleving. Begint het er immers niet op te lijken dat de vrije markt in zijn huidige vorm allereerst goed is voor het individu, terwijl de samenleving als geheel er bekaaid van afkomt?

Na de val van de Muur lijkt zich een cultuuromslag te hebben voorgedaan, waardoor de nadruk is gaan liggen op het verwerven van bezit, niet van eigendom. Wat bedoel ik daarmee te zeggen? Zoals gezegd is er een verschil tussen eigendom en bezit. Bezit hoeft, anders dan eigendom, niet rechtens aan een persoon toe te behoren. In het huidige tijdsgewricht echter wordt de scheidslijn tussen rechtmatig en onrechtmatig verkregen bezit opzettelijk verdoezeld. Krediet wordt in grote mate en zonder effectieve controle verstrekt aan wie het maar wilde. Verzekeringsmaatschappijen maken woekerwinsten over de rug van de gewone man. De top van het bedrijfsleven eigent zich grote bonussen toe en vindt bovendien dat zij daarmee in hun recht staan. Topvoetballers worden verhandeld voor absurde bedragen en verdienen buitensporige salarissen.

Het probleem is natuurlijk dat bovengenoemde voorbeelden wettelijk mogelijk zijn gemaakt. De sfeer die is ontstaan door in bezits- en niet in eigendomsverhoudingen te denken, moedigt daarbij aan de grens tussen legaliteit en illegaliteit op te zoeken. Dat is de reden dat er een industrie van belastingontwijking is ontstaan, waarbij accountantskantoren als Deloitte en KPMG de belastingdruk voor de grote multinationals in deze wereld met allerlei schimmige constructies zo laag mogelijk houden.

In deze sfeer is het verleidelijk om buitensporige opbrengsten als rechtmatig verkregen eigendom te beschouwen. Zolang de kapitalistische boom bloeide was het ook niet zo moeilijk om het op die wijze te beleven, maar nu het grondwater vervuild blijkt, vraagt men zich af hoe terecht de bestaande situatie is. Hoewel eigenaren van uiteenlopende soort zich kunnen beroepen op de wet, moet geconstateerd worden dat sommige opbrengsten moreel gezien als illegaal verkregen bezit kunnen worden beschouwd.

Menselijk wetten kunnen immoreel zijn, dat is een feit. Gelukkig kunnen zij herzien worden. Het wordt tijd om terug te keren naar normale verhoudingen. Het verwerven van eigendom kan als katalysator beschouwd worden van menselijk handelen en daarom is niets mis met een bepaalde mate van rijkdom. Deze potentiele rijkdom moet echter wel in een redelijke en aldus morele verhouding staan tot de geleverde inspanning. De wet zou ertoe moeten dienen hierop toe te zien, want het geloof in de vrije markt wil niet zeggen dat men zich alles mag veroorloven om zoveel mogelijk bezit te verwerven ten koste van anderen. Het is wederom tijd voor een cultuuromslag, want de opvatting dat men door noeste arbeid een goed leven kan opbouwen, waarbij men eigendom verwerft en bij tijd en wijle iets voor de gemeenschap kan en wil betekenen, is te prefereren boven een maatschappij waarbij immoreel verkregen bezit centraal staat.

 

Geplaatst in Eigendom

Over David van der Landen

David van der Landen studeerde in 2003 als docent af aan de Faculteit Geschiedenis van de Hogeschool van Utrecht. Sindsdien geeft hij les aan VMBO klassen op scholengemeenschap De Goudse waarden te Gouda. In 2012 studeerde hij af aan de Universiteit van Utrecht, alwaar hij de Deeltijdmaster Geschiedenis volgde. Zijn afstudeerscriptie handelde over de utopische tendensen in het werk van de Egyptische filosoof Hassan Hanafi. Momenteel volgt hij de Eerstegraads Master Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.