Eigen volk eerst?

Ze zaten achter me aan. ‘We krijgen je wel, kankerflikker!’ Of iets van gelijke strekking. Ik kon ze niet helemaal goed verstaan. Kanker, homo, dood, Allah; hun vocabulaire is een roulatiesysteem. De treitermarokkaantjes zijn nu onderdeel van het nachtelijke straatleven. Het hoort erbij. Of je nu homo bent, travestiet, vrouw; er valt altijd wat te schelden.

Het frappante is dat je daarna zélf utigemaakt wordt voor racist. Want elke keer dat je met dit soort types te maken hebt, moet je het ‘objectief beoordelen’. Je kunt nóóit zeggen dat het áltijd dezelfde groep is. Dat maakt je een racist. Je hebt een hekel aan een bepaald type mens, dus dan krijg je dat stempel.

Het tegenovergestelde maakt natuurlijk niet uit; als je bespuugd, beschimpt of vernederd wordt, heb je dat aan je levensstijl te danken. Had je maar niet hand in hand over straat moeten lopen – ze attenderen je er graag op door op je schoenen te rochelen.

Had je het zooitje ongeregeld, blowend met hun tweedehands scootertjes aan de hand, maar niet moeten passeren. Het Is hun terrein, nietwaar? Laten we ze met satijnen handschoentjes benaderen, liefkozen. vertroetelen. Lekker laten slaan. Not my cup of tea.

Ik heb mezelf nooit een racist gevoeld. Ik kijk alleen naar eigen ervaringen. En die ervaringen zijn altijd met dezelfde types. Maar moet ik dan, vanuit de optiek van oprukkend racisme, alles maar slikken en er vooral maar niets mee doen? Ik vind dat we het beestje best bij de naam mogen noemen. Is het een Marokkaan? Dan is het een Marokkaan. Is het wat blank tuig uit Klazienaveen? Dan is het blank tuig uit Klazienaveen. De homo’s uit de Reguliers? Dan zijn het de homo’s uit de Reguliers – en geloof me; die kunnen er ook wat van. Allemaal eigenzinnige groepen mensen, die we het liefst gezamenlijk zien optrekken. Het doel van de multiculturele samenleving, zoals vijftig jaar geleden werd beklonken. Maar het is faliekant misgegaan – zoals je kunt zien.

Religies, tradities, diversiteit; zet het allemaal bij mekaar en je hebt heibel. Getint, zwart, lelieblank; er is eigenlijk weinig meer dat lekker kleurt. En dat is doodzonde. Want sinds begin jaren zestig bloeit de multiculturele samenleving – wat een nare benaming – weelderig. Het gaat alleen niet goed. Het gaat met hordes achteruit. Als homo is het me meer dan eens voorgekomen dat ik door het typisch opgeschoten tuig ben uitgejouwd. Of door de lelieblanke religieuze gemeenten beschimpt ben. Of door Twitter naar het graf ben gedragen, als ik weleens meepraat in een televisie- of radioprogramma.

Mama schilt de piepers, papa snijdt het vlees op zondag. Eigenlijk ontbreekt de Elfstedentocht nog. En tegeltjes met Aap – Noot – Mies aan de muur. En boerenbont. Je ruikt de boerenkool nog. Doe er ook zo’n mediterraans Riverdale-kastjes of – met iets minder geld – soortgelijke snuisterijen van de Action bij – en je hebt het heerlijke Nederlandse huishouden. Boeddhabeelden, Marokkaans theeservies, Grieks mozaïek, Turkse traktaties, verrukkelijke Surinaamse roti’s op tafel: het kán wel, als de makers ervan maar vooral wegblijven.

De gedachte is ook door mijn hoofd gaan spoken: ‘eigen volk eerst.’ ‘Wat moet er met het welzijn van minderbedeelde Nederlanders gebeuren als er God moge weten hoeveel asielzoekers het land binnenstormen, zoekend naar het ‘veilige Europa’?’ ‘Laten wij ons niet verschrikkelijk de les lezen door de Koran?’ Ik houd deze gedachten meestal binnensdeurs, want voordat je één zin hebt uitgesproken, krijg je hele volksstammen over je heen. En ik ben van alles genoemd. Van linkse salonsocialist (al woon in een kekke maisonnette in Haarlem, ver weg van de Gordel), tot rechtse eikel. En daar gaat het in de basis fout. Links en rechts zijn vluchtheuvels, waarin we ons willen verschuilen.

Maar dat links en rechts is de afgelopen jaren helemaal versplinterd. We rouleren in een duizenden jaren oud rad, we golven mee van beweging naar beweging en – hoe erg ook – we stormen af op weer een nieuwe humanitaire ramp. Vluchtelingenstromen steken telkens opnieuw de kop op. Oorlogen breken uit. Een gedeelte van een religie radicaliseert. Een nieuwe Jezus staat op en een nieuwe Duivel moet worden uitgedreven. Kijk maar naar de geschiedenis; alles was er al. Zelfs de oplossingen. Maar in een wereld van kakelende Twitteraars, opinieleiders en -volgers, rellerige Facebooktypes en traditionele oproerkraaiers ontbreekt er een ding: luisteren. ‘Los je volkstraditie zelf op’, lacht Rutte. Heeft hij daar geen ongelijk in? Het debat is al jaren aan de gang; laten we nu maar kijken hoe de maatschappij daar op aanpast.

‘Ik krijg je, kankerflikker!’ M’n rosé nog in mijn handen en mijn handtas op half elf. Ik laat me niet wegslaan. Ik laat me niet in mijn gezicht tuffen. Wie respect eist, moet het woord eerst maar eens leren spellen. En dat is al heel vaak enorm lastig.