Een vak apart

Nederlands. Dat vond ik maar een saai vak op de middelbare school. Vooral het samenvatten van teksten was één van de vervelendste vormen van huiswerk. Maar ik was er wel redelijk goed in. Misschien is dat wel de reden geweest dat ik toch Nederlands ben gaan studeren.

Ik was overweldigd tijdens m’n eerste lessen aan de universiteit. Het leek totaal niet op het vak Nederlands van de middelbare school. Dit werd vooral duidelijk bij Taalkunde. Daar leerde ik opnieuw naar m’n moedertaal kijken. Ik leerde bijvoorbeeld dat je ‘er’ kunt weglaten in de zin “Op straat wordt (er) gezongen”, maar niet zomaar in “Er wordt op straat gezongen.” Dit weet elke spreker van het Nederlands, zonder onderwijs. Bij taalkunde wordt er gekeken naar waar die kennis vandaan komt. Het gaat over het beschrijven van de taal en niet over het voorschrijven van taalregels. Dat was zo’n verschil met het vak Nederlands op school! Dat er een enorme kloof zat tussen het schoolvak Nederlands en de studie Nederlands was bij mijn omgeving ook niet meteen duidelijk. Men ging ervan uit dat ik taalregels uit mijn hoofd aan het leren was: “O, jij studeert Nederlands, dan moet ik zeker goed op m’n taal letten!”

Ik leerde over regels die ik onbewust wel kende maar die me nooit zijn aangeleerd. Een heel mooi voorbeeld is de volgorde van werkwoorden. Zo zijn zinnen (1a) en (1b) voor de meesten goed. Maar zin (1c) klinkt heel gek.

(1a)  Dit is een samenvatting die veel tijd moet hebben gekost.

(1b) Dit is een samenvatting die veel tijd gekost moet hebben.

(1c) Dit is een samenvatting die veel tijd hebben moet gekost.

Hoewel de volgorde van deze werkwoorden varieert binnen de vele varianten van het Nederlands, vinden we zin (1c) nergens. Er is blijkbaar iets in ons taalgevoel wat die zin bemoeilijkt. En toch is dat ons nooit aangeleerd. Er zal nooit een ouder of schoolmeester zijn geweest die ons heeft geleerd dat werkwoorden niet in die volgorde kunnen staan. Waar komt die kennis vandaan?

Door het onderzoeken van (grotendeels onbewuste) taalkennis, leidt taalkunde tot een bewuste taalvaardigheid. En dat is één van de doelstellingen voor het schoolvak Nederlands uit het manifest voor het nieuwe schoolvak Nederlands, opgesteld door twee ‘meesterschapsteams’ Nederlands. Er is al veel veranderd in het schoolvak en het lijkt er nu dus op dat er nog veel meer gaat veranderen. In verschillende masterprogramma’s worden er cursussen gegeven over taalkunde in het onderwijs. Zo leren toekomstige docenten hoe ze mee kunnen gaan in deze trend. Die enorme kloof tussen het schoolvak Nederlands en de studie Nederlands wordt op deze manier gedicht. En dat is een goede trend, want taalkunde zou het schoolvak Nederlands echt leuk maken! Maar ook nuttiger, doordat leerlingen te reflecteren op hun eigen taal en de taal van anderen in hun omgeving, voordat ze oordelen hierover vormen.

Ook bij het leren van taalregels zal taalkunde helpen. Bijvoorbeeld bij de correcte vorm in “Ik ben groter dan jij/jou.” Volgens de Taalunie zou hier ‘jij’ moeten worden gebruikt, maar taalkundig zijn beide vormen mogelijk. Beide vormen worden ook gebruikt in de spreektaal. Er zitten wel grote verschillen tussen hoe de vormen kunnen worden
gebruikt, zoals de taalkundige Charlotte Lindenbergh heeft besproken op de afgelopen Grote Taaldag. Als de vergelijking bijvoorbeeld een hele zin bevat, kan alleen ‘jij’ worden gebruikt: “Ik ben groter dan jij bent.” En ook als er een extra bijzin in de vergelijking wordt gezet, is alleen ‘jij’ nog goed: “Ik lees meer boeken wanneer Jan ze aanraadt dan jij.” De stap maken van hoe deze zinnen er taalkundig uitzien naar welke zin volgens de Taalunie beter is, is heel klein. Het is namelijk makkelijker om een regel te leren als je weet hoe een constructie in elkaar zit. En die regels zijn van belang, bijvoorbeeld in sollicitatiebrieven.

Veel van die regels werden ons in mijn middelbare schooltijd ook wel aangeleerd, maar dan door middel van het instampen van de juiste vorm. Hierdoor was het vak Nederlands veel minder leuk. Er viel niets te ontdekken. Natuurlijk hangt het nog steeds van allerlei aspecten af of de vonk voor het vak Nederlands overspringt. Maar taalkunde kan die vonk doen overspringen. Dat gebeurde bij mij in elk geval wel.