Een rechtsstaat is geen vaststaand gegeven

Ooit waren het vorsten die tamelijk willekeurig over lijf en leden van hun onderdanen konden beschikken. In reactie daarop werd sinds de Verlichting gezocht naar een concept om de burger te beschermen tegen ongewenste inmenging van bovenaf in zijn of haar privéleven. Uiteindelijk culmineerde dit in het recht op privacy, zoals bijvoorbeeld geformuleerd in artikel acht van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Tegenwoordig laten overheden – en bedrijven – zich echter weinig gelegen liggen aan dit recht. Gezien de huidige stand van zaken lijkt het recht op privacy een anomalie in de geschiedenis van de mensheid te worden.

De laatste jaren worden we overspoelt met berichten die gaan over het schenden van de privacy van de gewone burger. Na Wikileaks en de onthullingen van Edward Snowden weten we dat overheden niet terugdeinzen om de nieuwste technieken in te zetten om allerlei informatie over ons op te slaan en met elkaar uit te wisselen. Naast gewone burgers wordt daarbij in een toenemend aantal gevallen niet geschroomd om bijvoorbeeld klokkenluiders, journalisten en advocaten af te luisteren.

Daarnaast worden door regeringen allerlei systemen ingezet om burgers te monitoren. Een voorbeeld van een dergelijk systeem is ANPR, dat de Nederlandse overheid in staat stelt om nummerborden van auto’s te herkennen, zodat te allen tijde bekend is wie waar op welk moment rijdt. Een ander voorbeeld komt uit Groot-Brittannië, waar de Britse geheime dienst webcambeelden van particulieren blijkt op te slaan.

Ook bedrijven bedienen zich van dergelijke systemen. Het is bekend dat wie op internet naar bepaalde producten zoekt, ineens bestookt wordt met advertenties die dezelfde of aanverwante artikelen aanprijzen. Minder bekend is wellicht dat van burgers die bijvoorbeeld in Rotterdam in de tram stappen een gezichtsscan wordt gemaakt, zodat kan worden nagegaan of de betreffende klant in het verleden voor problemen heeft gezorgd.

Deze voorbeelden maken duidelijk dat het recht op privacy onder druk staat. Met name in Nederland zijn er echter behoorlijk veel mensen die het niet erg vinden om in de gaten te worden gehouden. Zij geven aan niets te verbergen te hebben en omwille van de maatschappelijke veiligheid zijn ze bereid hun privacy op te offeren. Hier wordt door de overheid dan ook voortdurend op gehamerd: ‘het is vanwege de veiligheid dat wij u in de gaten houden. Maakt u zich geen zorgen, uw gegevens zijn veilig bij ons en wij waken over u en de uwen.’

Het is zeer wel mogelijk dat de mensen die voor het grotere goed bereid zijn hun privacy afstaan gelijk hebben en de huidige overheid prima te vertrouwen is. Maar toch schuilt hierin een gevaar. Privacyschendingen door westerse regeringen wordt ingegeven door de angst voor vijandige elementen. Dat zij hiertoe overgaan is evenwel een paradox, aangezien het recht op privacy een wezenlijk element is van westerse waarden. De ondermijning ervan betekent een uitholling van de rechtsstaat, omdat dit recht daarvan een van de belangrijkste pijlers is.

Over bovenstaande moet niet lichtzinnig worden gedacht, want de ondergraving van de rechtsstaat vindt op meerdere terreinen plaats. Waar de privacy van de burger de laatste jaren in het geding komt, wordt namelijk tegelijkertijd de privacy van bijvoorbeeld de Nederlandse overheid steeds meer gewaarborgd. In het kader van de veiligheid worden steeds meer onderwerpen bestempeld als zaken van nationaal belang, waardoor de openbaarheid van het bestuur wordt aangetast. Om goed te functioneren is het voor overheden en geheime diensten uiteraard nodig dat sommige zaken geheim blijven, maar deze grens wordt steeds verder opgerekt. In combinatie met het schenden van de privacy van burgers is dit een gevaarlijke tendens, die de rechtsstaat eerder lijkt te verzwakken dan te versterken.

Voorts wordt informatie in Nederland in sommige gevallen verzameld zonder duidelijk omschreven en vooropgesteld doel. Dat op zichzelf is al voldoende bewijs om te stellen dat burgers niet kunnen weten waarvoor deze informatie in de toekomst zal worden gebruikt. De overheid kan derhalve niet beweren dat informatie bij hen veilig is, omdat niet is bepaald ten opzichte van wat die veiligheid wordt gegarandeerd. Bovendien heeft de regering in deze situatie alle troeven in handen en is in staat de regels midden in het “spel” te veranderen, terwijl de ingewonnen informatie hetzelfde blijft.

In het huidige tijdsgewricht lijkt men te vergeten dat onze grondrechten zijn bedoeld om een eerder bestaande situatie te doorbreken. Een situatie waarin wij overgeleverd waren aan willekeur van bovenaf. Te denken dat een dergelijke situatie in onze veronderstelde beschaafde samenleving niet meer zou kunnen ontstaan, is een illusie. Een rechtsstaat is geen vaststaand gegeven: zij is door mensen gecreëerd en kan derhalve door mensen worden afgebroken. Men doet er goed aan zich hiervan bewust te zijn en wetgeving die over het recht op privacy handelt kritisch te blijven volgen.

Geplaatst in Privacy

Over David van der Landen

David van der Landen studeerde in 2003 als docent af aan de Faculteit Geschiedenis van de Hogeschool van Utrecht. Sindsdien geeft hij les aan VMBO klassen op scholengemeenschap De Goudse waarden te Gouda. In 2012 studeerde hij af aan de Universiteit van Utrecht, alwaar hij de Deeltijdmaster Geschiedenis volgde. Zijn afstudeerscriptie handelde over de utopische tendensen in het werk van de Egyptische filosoof Hassan Hanafi. Momenteel volgt hij de Eerstegraads Master Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.