Een liberale visie op schaarste

Schaarste is een eigenschap van alle economische goederen en daarmee één van de centrale begrippen in de economie. Schaarste roept een keuzeprobleem op tussen behoeften en middelen. Men gaat er meestal van uit dat behoeften onbeperkt zijn. Dit vergroot uiteraard het keuzeprobleem. Er zijn te weinig goederen voor de te vele behoeften.

De aard van de mens zorgt ervoor dat deze onevenredigheid inderdaad als een probleem kan beschouwd worden. De mens is een behoeftig wezen, maar anders dan andere diersoorten heeft de mens grotere capaciteiten om verlangend naar de toekomst te kijken, om de wereld aan te passen aan zijn noden. Helaas zijn niet alle menselijke verlangens te bevredigen en daarbovenop treedt bij vervulde verlangens ook snel gewenning op. Zo zullen bij een stijging van het inkomen de meeste mensen hun aankoopgedrag gaan aanpassen door meer of duurder te gaan consumeren. Resultaat: nieuwe onbevredigde behoeften. Een daling van het inkomen maakt het keuzeprobleem en de  behoeftenbevrediging uiteraard nog moeilijker.

Momenteel zitten we op een historisch hoog welvaartsniveau, dat ons van veel meer voorziet dan de basisbenodigdheden van decennia geleden. Zo merkt o.a. Andreas Tirez terecht op dat we heden geen genoegen nemen met de levensstandaard van vroeger. Steeds achten we de huidige levensstijl als ‘noodzakelijk’. Met zijn allen volgen we grotendeels een bepaalde en tijdelijke sociale norm.

De levenskunst bestaat er volgens mij in om er niet van uit te gaan dat iedere denkbare behoefte moet bevredigd worden, maar dat je je individuele behoeften tracht af te stellen op je beschikbare mogelijkheden. Daar ligt volgens mij ook de sleutel tot wat je ‘geluk’ zou kunnen noemen. Ik noem het de noodzaak aan een positief toekomstperspectief, het geloof of vertrouwen dat je in je huidige en toekomstige behoeften kan voorzien. Bij Spinoza heet dat jezelf bevrijden van de afhankelijkheid van de ‘passies’. Maar het ideaal van Spinoza nastreven is slechts weinigen gegeven en de meesten van ons zien onze leefwereld beheerst worden door schaarste. Wat ons voor de enorme uitdaging stelt van hoe er mee om te gaan. Maar dat is (helaas) een individuele plicht.

In politieke en maatschappelijke crisisjaren (1847-1848) gingen Karl Marx en Friedrich Engels ervan uit dat de industriële revolutie een einde kon maken aan schaarste. Het was de maatschappelijke inrichting die volgens hen algemeen welzijn in de weg stond. Hun oplossing: weg met private eigendom en weg met de klasse van de bourgeoisie. Volgens Marx en Engels zou het proletariaat – na haar ‘noodzakelijke en niet te voorkomen overwinning’ – zichzelf opheffen. Een wereld zonder klassenverschillen zou de hemel op aarde zijn, en met het verdwijnen van schaarste zou er enkel nog een louter technisch probleem van verdeling resten. Die noodzakelijke en niet te voorkomen overwinning is (nog?) niet gebleken en de schaarste is gebleven.

Ongelijkheid is op zich voor liberalen geen probleem. Wie onderneemt en risico’s neemt moet daarvoor beloond kunnen worden. Liberalen kunnen wel pleiten voor gelijke startkansen, maar niet voor gelijke uitkomsten. Dat betekent niet dat liberalen niet mogen denken aan ongelijkheid of herverdeling, maar hoe je daar in de praktijk mee omgaat stelt ons voor grote problemen. Beroemd (berucht) zijn de uitspraken van Thatcher uit 1990: “All levels of income are better off than they were in 1979. But what the honorable member is saying is that he would rather the poor were poorer provided the rich were less rich. That way you will never create the wealth for better social services as we have. And what a policy. Yes. He would rather have the poor poorer provided the rich were less rich.”

Een ander punt is dat liberalen er niet naar streven om mensen collectief gelukkig te maken. Liberalen geloven niet in centraal geleide politieke systemen; die leiden tot totalitarisme. Met Popper pleiten liberalen voor ‘open’ en niet voor ‘gesloten’ samenlevingen. ‘Open’ samenlevingen zijn democratieën die kritiek toelaten, en daar past de doelstelling om mensen collectief gelukkig te maken niet in. Te bepalen wat een mens gelukkig maakt, laten we best niet over aan een staatsmacht. “Van alle politieke idealen is het ideaal andere mensen gelukkig te maken wellicht het allergevaarlijkste. Het leidt onveranderlijk tot pogingen om onze schaal van “hogere” waarden aan anderen op te leggen om hen te doordringen van wat wij als het belangrijkste voor hun geluk beschouwen, om als het ware hun zielen te redden.”

De politiek moet de voorwaarden bevorderen die mensen toelaat om eigen levensdoelen te vinden. De onzekerheid over de toekomst kan uiteraard voor extra stress zorgen. Maar het is misleidend om te stellen dat schaarste kan overwonnen worden. De maatschappij moet oog hebben voor omgevingsfactoren, voor ongelijkheid en onrechtvaardigheid. De politiek moet trachten omgevingsfactoren positief te bevorderen om stressfactoren op aanvaardbare niveaus te brengen. Maar omgaan met schaarste is helaas voor ieder van ons een individuele opdracht en plicht.

Geplaatst in Schaarste

Over Claude Nijs

73'er, echtgenoot en vader, poogt te genieten van het leven en te denken als vrijdenker, ondernemer en voorzitter van denktank Liberales. "Een positief toekomstperspectief behouden is noodzakelijk."