Discriminatie

Sinds het Amerikaanse Hooggerechtshof het verbod op het homohuwelijk onwettig heeft verklaard, is de discussie in de Verenigde Staten losgebarsten. Steun voor de uitspraak kwam uit verschillende hoeken, vooral celebrities en politici waren lovend. Maar conservatieve christenen en Republikeinen reageerden met uitspraken als “wij zijn de weg van Bijbel kwijtgeraakt”. De discussie wordt ook gevoerd in de moslimgemeenschap in de VS, en is overgewaaid naar Nederland. Verbazingwekkend genoeg liggen de standpunten van veel moslims op een lijn met die van conservatieven. In Nederland hebben moslims die actief zijn op social media zich vooral geschaard achter religieuze wetten met de bekende uitspraak: “Ik kan er niks anders over zeggen, want de Islam is tegen homo’s”.

Dit soort standpunten vallen onder de vrijheid van geloofsovertuiging en de eigen interpretatie daarvan, maar ze hebben een rare bijsmaak. Want voor een moslimhetero is het makkelijk een standpunt in te nemen: je bent voor of tegen. Maar voor een homomoslim is dit een lastig dilemma. Het gaat over je geaardheid en het gaat over je geloof. Vaak moet men kiezen voor het een of het ander. En uiteindelijk vindt de heftigste strijd thuis plaats tussen familieleden die zich ook achter de islam verschuilen. In sommige gevallen mondt die strijd uit in verstoting en fysiek geweld.

Het bestaan van mensen met conservatieve religieuze opvattingen verbaast mij niet. Imams als Fawaz Jneid en Bilal Philips die homofobe uitspraken doen zijn een standaardonderdeel geworden in de strijd voor een betere positie van homomoslims. Maar het uitblijven van steun van liberale moslimactivisten en anderen die islamofobie en racisme aankaarten is pijnlijk. Is de strijd tegen discriminatie van een groep niet gelijk aan de strijd tegen discriminatie van een andere groep? Helaas denken ook sommigen van mijn kameraden dat het “met homo’s in Nederland best goed gaat”. Zo kon men zien dat op de video waarop een homo op straat in Marokko door een menigte werd geslagen, met toejuiching werd gereageerd door mensen die op hun profielfoto “Je suis Mitch” of “I love my Prophet” hadden staan. In mijn ogen verliezen deze discriminatieshoppers hun geloofwaardigheid.

In de VS en Canada hebben bekende moslims als Reza Aslan, Hasan Minhaj, Wajahat Ali en Junaid Jahangir zich positief uitgesproken over het homohuwelijk. Die steun kwam ook van Sultan Sooud Al-Qassemi, Ahmed Shibab-Eldin en Imran Garda die vooral de haatdragende groep moslims hebben aangesproken. Deze mensen worden daarom nog steeds bedreigd, maar ze zijn vastberaden om de strijd aan te gaan.

In Nederland hebben zich maar een paar, voornamelijk seculiere moslimpolitici uitgesproken, maar zij hebben toch een duidelijk statement gemaakt dat uitsluiting niet mag gebeuren. Ze hebben in ieder geval geen “maar” toegevoegd zoals de politieke leider van de op de islam geïnspireerde politieke partij NIDA, Nourdin El Ouali, dat deed in zijn interview voor het NRC. “Religieus zie ik homoseksualiteit als zonde, net als seks buiten het huwelijk…”, zei hij, nadat hij aangaf dat NIDA homo’s gelijke rechten toekent. Dit is voor een homomoslim een klassiek geval van “mosterd na de maaltijd”. Want rechten hebben homo’s sowieso in dit land. Een gemeenschap die zoveel waarde hecht aan religie kan moeilijk op sociale gronden homo’s accepteren. Dit soort uitspraken doet me denken aan Geert Wilders die niets tegen moslims heeft, maar wel tegen de islam. Wat homomoslims in de eerste plaats missen is een gevoel van toebehoren in de eigen gemeenschap, in plaats van op religieuze opvattingen geïnspireerde uitsluiting.

Het is uiteindelijk geen strijd tussen moslims en homo’s, want daartussen zit een groep mensen die beide identiteiten hebben. Ik geloof niet dat dit een naïeve houding was van de heer El Ouali, maar een voorzichtige ten opzichte van zijn kiezers. Ook al is hij een lokale politieke leider, veel homomoslims voelden zich door hem vertegenwoordigd. De heer El Ouali kaart de uitsluiting van moslims aan wat ook herkenbaar is voor homomoslims. Ik kan me nog herinneren dat activisten, verbonden zijn aan stichting Maruf, achter El Ouali stonden toen er discussie ontstond over de “Ramadan pauze” in de Rotterdamse gemeenteraad. Dit is dus helaas een gemiste kans om eindelijk een leider te hebben die voor alle moslims opkomt.

Het grootste gebrek in de discussie is dat homomoslims er bij voorbaat van worden uitgesloten, terwijl er, naast Muhsin Hendricks en Abdellah Daaiye, veel activisten zijn die op verschillende manieren de discussie kunnen voeren. Mijn favorieten zijn Nassr Errami, Tawseef Khan, El-Farouk Khaki en Faisal Alam die vanuit een religieuze perspectief strijd voeren tegen homofobie in hun gemeenschappen. Dit zijn mensen die zich opwerpen als ware leiders van iedereen ongeacht hun geaardheid, afkomst of religieuze stroming. De zogenaamde “All inclusieve mosques” zijn hier een ultiem voorbeeld van. Binnen dit concept dat in Toronto, Washington, London, Parijs, Kaapstad en andere steden bestaat wordt er hard gewerkt aan ‘eenheid in verscheidenheid’. En daar kunnen zelfbenoemde gemeenschapsleiders veel van leren.

Over Dino Suhonic

Dino Suhonic is columnist, documentairemaker, redacteur bij nieuwemoskee.nl en actief binnen stichting Maruf, een organisatie die zich inzet voor een betere positie van Islamitische LHBTI's.