De zucht om alles verslaving te noemen

Masturberen was vroeger gewoon een zonde. Maar de kerk gaat met zijn tijd mee. Het Reformatorisch Dagblad noemde deze week het niet kunnen stoppen met masturberen een verslaving. Dit sluit aan bij de mode: in onze huidige therapiesamenleving worden allerlei gedragingen bestempeld als verslaving die vroeger nooit zo gezien werden: liefdesverslaafd, informatieverslaafd of gameverslaafd.

Verslavingshype

Soms duikt het woord verslaving op met positieve connotatie, bijvoorbeeld wanneer iemand aangeeft hoe leuk een serie is door te zeggen dat het heel verslavend is. Veel vaker is de connotatie negatief. Pornoverslaving wordt bijvoorbeeld ingezet als argument tegen porno en internetverslaving wordt gebruikt om jongeren van hun mobiele telefoon te scheiden. Het is daarbij opvallend dat de mensen die graag iets als verslaving benoemen, vrijwel allemaal benadrukken dat het fenomeen veel vaker voorkomt en veel erger is ‘dan de mensen denken’.

Die claim is twijfelachtig. ‘De mensen’ gaan juist erg mee in de verslavingshype. In de wetenschap is zelfs een hele onderzoekstak ontstaan om nieuwe verslavingen empirisch aan te tonen. Opmerkelijk is dat zulke onderzoekers nooit beginnen met daadwerkelijke patiënten met daadwerkelijke klachten. In plaats daarvan worden vragenlijsten voorgelegd aan ‘algemene populaties’ zoals scholieren of studenten. Hoog scoren op vragen als ‘heb je wel eens ruzie met je ouders over je gamegedrag?’ is dan een indicatie van verslaving.

Verslaving wordt binnen de psychologie gezien als een ziekte, een psychopathologie. Het gaat er daarbij om dat er een afhankelijkheid bestaat en dat die zorgt voor problemen. Psychologen hebben een uitgebreide classificatie van erkende geestesziektes, de DSM. Daar staan specifieke drugsverslavingen in, zoals alcohol- en wietverslaving. De enige erkende ‘gedragsverslaving’ is gokverslaving. In mei komt er een nieuwe versie van de DSM uit, waar tot grote teleurstelling van velen drie recente gedragingen niet in op zijn genomen: gameverslaving, seksverslaving en internetverslaving. Oorzaak: er is te weinig bewijs dat het om een echte verslaving gaat.

Baat

Er zijn meerdere redenen waarom het in is om alles maar verslaving te noemen. Ten eerste valt het soms gunstig uit voor degene met de diagnose. Als iemand veel vreemdgaat en hij heet seksverslaafd, is hij een patiënt. Zijn gedrag ligt dan buiten de eigen verantwoordelijkheid, hij is immers ziek.

Daarnaast valt er meer te verdienen als iets de status van verslaving heeft, en niet alleen door de farmaceutische industrie. Ziektes moeten genezen worden en daarvoor zijn ‘experts’ nodig. Er is een heel leger coaches, psychologen, marketeers en psychiaters dat staat te popelen om boekjes en therapieën te verkopen om de verslaving te bestrijden of in banen te leiden.

Ziekte van de tijd

Er bestaan geestesziektes met een duidelijke biologische component. Van aandoeningen als schizofrenie zijn ook historische voorbeelden beschikbaar. Een groot deel van de geestesziektes is echter tijds- en cultureel gebonden. Aan het begin van de twintigste eeuw werden vrouwen gediagnosticeerd met hysterie, aan het einde met anorexia. Kunnen we iets leren uit deze observatie als we willen begrijpen waarom vandaag de dag van alles als verslaving wordt gepathologiseerd?

Filosoof Levi Bryant stelt dat deze verslavingen (maar ook andere recente geestesziektes zoals boulimie) symptomatisch zijn voor het kapitalisme. Hij past Lacaniaanse psychoanalyse toe en analyseert dat in onze tijd het superego ons opdraagt om plezier te consumeren. Maar niets dat we ooit consumeren is ooit genoeg, we zijn nooit tevreden. Een verslaafde is dan iemand die verdwaald is in de eindeloze dwang te consumeren.

Daarnaast is het niet toevallig dat de nieuwe ‘verslavingen’ vaak gaan over nieuwe media. Wanneer iemand volledig opgaat in boeken, noemen we hem niet boekverslaafd. Informatieverslaving gaat niet over obsessief encyclopedieën lezen, maar over dwangmatig je Facebook checken. Mensen maken zich meer zorgen over nieuwe verschijnselen dan over dat wat ze allang kennen. Er is nog geen duidelijkheid over hoe deze media passen in ons alledaags leven. Veelvuldig gebruik wordt dan al snel bestempeld als abnormaal en ongewenst. Dat betekent alleen niet dat er ook echt sprake is van een werkelijke ziekte. Het benoemen van zulk gedrag als geestesziekte zegt uiteindelijk vooral iets over de angsten en/of verkoopambities van degene die de verslaving constateert.

Bovenstaande column verscheen eerder op The Post Online