Complotdenken: gestoord of gezond kritisch?

Het wemelt van de complottheorieën: vooral op internet kun je voor elke ‘officiële’ verklaring in de ‘reguliere media’ minstens drie alternatieve theorieën vinden. De eerste reactie op zulk soort complottheorieën is vaak: de mensen die dat geloven zijn gek. Maar is dat wel terecht? Het is toch juist ook belangrijk om kritisch te zijn?

Bovendien: complotten bestaan. Een bekend historisch voorbeeld is het MK-Ultra project van de CIA in de jaren ’50 tot ’70 waarbij allerlei experimenten werden uitgevoerd met onder andere drugs en sensorische deprivatie, met als doel het leren beïnvloeden van iemands geest en gedrag. Wie toentertijd gezegd zou hebben dat de CIA onwetende burgers LSD toediende, zou waarschijnlijk voor gek verklaard zijn. Zulke goed gedocumenteerde misstanden zaaien dus twijfel: zijn complotdenkers gek? Of juist de goedgelovigen?

Dat is precies waar complotdenkers zich vaak op beroepen. De argumentatie gaat als volgt: ‘jij denkt dat het bizar is om te denken dat ebola door Amerika ontwikkeld en verspreid is? Nou, maar project MK-Ultra was ook bizar, en dat is wel echt gebeurd.’

De redenering is dat één bizarre gebeurtenis bewijst dat bizarre dingen op zijn minst waar kunnen zijn. Het bizarre karakter is op zichzelf nog geen voldoende argument voor afwijzing van de theorie. Dat klopt. Maar meestal is de suggestie sterker: dat eerder iets bizars waar is gebleken, wordt naar voren gebracht als een aanwijzing dat een andere bizarre intrige ook wel waar zal zijn. En die redenering klopt dan weer niet.

Waar komt de neiging tot complotdenken vandaan? Psycholoog Mark van Vugt betoogt dat er een evolutionaire verklaring is voor de gevoeligheid voor complottheorieën: het is voor ons overleven van belang om patronen te kunnen herkennen en die neiging om patronen te zien is zo sterk dat we ook verbanden zien als ze er niet zijn.

Op individueel niveau speelt wellicht het verlangen om te ontmaskeren en het verlangen om niet voor de gek gehouden te worden. En wie zich eenmaal in allerhande alternatieve theorieën verdiept, kan ook verslaafd raken aan de sensatie van nog weer een nieuwe onthulling. Bovendien kan er een zelfversterkend effect optreden: de complotten voeden angst, en die angst voedt weer het verlangen om meer te weten. Kennis is tenslotte een vorm van controle. Maar angst tast het vertrouwen aan, en een basaal vertrouwen in de wereld en mensen om je heen is ook nodig om te kunnen functioneren: als je aan alles gaat twijfelen komt het hele leven op losse schroeven te staan. Dan wordt complotdenken pas echt ondermijnend.

Wanneer is het overwegen van alternatieve verklaringen een vorm van kritisch denken, en wanneer wordt het problematisch? De bizarre inhoud van een overtuiging lijkt een aanwijzing voor haar al dan niet waan-achtige karakter. Maar zoals het MK Ultra project al laat zien, is dat geen waterdicht criterium. Een in de psychiatrie belangrijke afweging is in hoeverre iemand lijdt onder zijn of haar conditie en/of in zijn of haar alledaagse functioneren wordt beperkt door die conditie. Maar ook dit criterium is niet waterdicht: sinds zijn onthullingen wordt Edward Snowden nogal beperkt in zijn dagelijks functioneren, maar dat maakt hem nog niet gek.

Een beter criterium dan de inhoud van de overtuiging is om te kijken naar de manier waarop iemand zich tot die overtuiging verhoudt. Is iemand in staat om zijn of haar opvattingen te relativeren, om open te staan voor andere verklaringen? Kortom: het is problematisch als de alternatieve theorie zelf een tunnelvisie wordt.

Zouden we op de één of andere manier kunnen voorkomen dat mensen in de greep raken van een ongebreideld complotdenken? Psycholoog Van Vugt pleit voor een boycot op complottheorieën. Maar is complottheorieën boycotten of zelfs verbieden niet nog veel gevaarlijker? Als de media geen alternatieve theorieën zouden mogen aanvoeren, of als je zelfs strafbaar bent als je openlijk twijfelt aan de officiële lezing van een gebeurtenis, wat is dan nog het verschil met de censuur van een dictatuur? Denk aan het machtsmiddel dat zo’n verbod of boycot zou bieden aan mensen zoals Poetin: het perfecte middel om kritische journalisten de mond te snoeren. De controlerende macht van onderzoeksjournalisten en de vrijheid van meningsuiting van burgers zijn nu juist een groot goed voor het functioneren van een democratie. Een democratische overheid zou haar kritische denkers dus moeten beschermen, juist ook waar haar eigen diensten in het geding zijn. Daarnaast is het überhaupt de vraag of een boycot de mensen helpt bij wie het spitten naar intriges en complotten ziekelijke vormen aanneemt.

Er zal allicht een grijs gebied overblijven tussen weloverwogen, kritische alternatieve verklaringen enerzijds en bizarre complottheorieën anderzijds. Maar hoe bizar ze ook zijn: complottheorieën verbieden lijkt me geen oplossing. Zo’n verbod, daar zou je haast complotdenker van worden.

N.B. Voor wie zich zorgen maakt om zichzelf of om zijn of haar naasten is psychosenet.nl een goede informatieve website.

Dit betreft een ingekorte versie van een blogpost van Sanneke de Haan die eerder is gepubliceerd op Bij Nader Inzien.