Allemaal verslaafd

Verslavingen bestaan natuurlijk in alle soorten en maten, maar het klassieke beeld ervan is dat een persoon afhankelijk is van een bepaald soort drugs, zoals bijvoorbeeld heroïne. In dit beeld speelt ook een andere persoon een belangrijke rol, namelijk de dealer die ervoor zorgt dat de verslaafde na het leveren van een tegenprestatie kan beschikken over het middel. In beginsel zal deze tegenprestatie bestaan uit geld dat door de verslaafde aan de dealer overhandigt wordt.

De verslaafde is dus eigenlijk niet alleen afhankelijk van het middel, maar ook van de dealer, wat de laatste macht en invloed over de eerste geeft. Zo ontstaat een driehoeksverhouding tussen de verslaafde, het middel en de dealer. Hierin is de verslaafde de onderliggende partij, omdat hij het middel nodig heeft en er dus alles aan zal doen om aan het benodigde geld daarvoor te komen. Echter, eigenlijk kan worden gesteld dat ook de dealer een soort verslaafde is. Deze is namelijk afhankelijk van het geld dat de verslaafde hem betaald voor het middel en zal er dus alles aan doen om de verslaafde bij hem te laten terugkeren.

Een soortgelijke driehoeksverhouding bestaat ook in kapitalistische maatschappijvormen. Het bedrijfsleven, veelal gesteund door het bankwezen en de overheid, speelt in deze vergelijking de rol van dealer die hun middelen pushen door middel van reclames, zogenaamde aanbiedingen, enzovoorts. Deze middelen kunnen uit van alles bestaan, van simpele elastiekjes met bijbehorend gereedschap waarmee figuren kunnen worden gemaakt tot aan megatelevisies die de hele muur van een huis beslaan. De verslaafden aan wie de middelen aan de man moeten worden gebracht zijn in deze vergelijking natuurlijk de gewone burgers.

In eerste instantie lijkt bovenstaande vergelijking misschien vergezocht, maar nader bekeken zijn de overeenkomsten in de (gedrags-)patronen navenant. Grote delen van het bedrijfsleven, bankwezen en overheid, of eigenlijk de mensen die daarachter schuil gaan, hebben een onverzadigbare behoefte aan meer en meer geld om het kapitalistische mantra dat de economie ten koste van alles moet groeien in stand te houden. Ze zijn met andere woorden afhankelijk van dat geld en doen er alles voor om de toestroom daarvan in stand te houden. De middelen die zij te bieden hebben zijn, net als drugs, in veel gevallen geen noodzakelijke levensbehoeften, maar worden wel als zodanig in de markt gezet. Reclames zijn erop gericht mensen te laten geloven dat de middelen onmisbaar zijn om je goed te voelen, om erbij te horen. Het gevolg is dat de gewone burgers, een substantieel deel daarvan althans, niet bestand blijken tegen zoveel verleidingen en het gevoel ontwikkelen de middelen nodig te hebben. Net zoals een verslaafde een niet te stoppen drang naar drugs heeft.

Het zijn ironisch genoeg waarschijnlijk juist deze mechanismen die het kapitalistische systeem an sich zo succesvol maken. Anders dan bijvoorbeeld het communistische systeem, dat in wezen uitging van de natuurlijke goedheid van de mens (en toen dat niet bleek te bestaan zijn toevlucht zocht tot dwang), drijft het kapitalisme op een fundamentele zwakheid in het menselijk bestaan, namelijk de drang tot het vervullen van de eigen behoeftes.

Deze behoeften zodanig stimuleren zodat zich verslavingspatronen ontwikkelen lijkt de ideale methode om het kapitalistische systeem in stand te houden. Tot 2008 leek er dan ook geen vuiltje aan de lucht. Toen bleek dat de kapitalistische dealers overmoedig waren geworden, zoals dat bij drugsdealers ook vaak gebeurt, en niet alleen buitensporige risico’s namen, maar deels ook onwettige risico’s. Gewone burgers werden op nare wijze wakker geschud uit hun roes, zoals het lichaam van een verslaafde ook weleens een opdonder krijgt van de zoveelste portie drugs, en kwamen in het geweer.

Hierna werden veranderingen in het systeem doorgevoerd, maar of deze op langere termijn tot substantiële veranderingen zullen leiden is de vraag. Een deel van de kapitalistische dealers liep weliswaar tegen de lamp, maar zoals dat gaat bij dealers, er staan altijd andere klaar om het gat te vullen. En zoals een verslaafde na een opdonder toch weer zin krijgt in drugs, zo blijft de drang tot het vervullen van de eigen behoefte bij de gewone burger bestaan. Verslaafden zijn taaie mensen die alles zullen doen voor hun kick, dus de kans is reëel dat de vicieuze kapitalistische verslavingscirkel nog wel een tijdje blijft bestaan. Helaas is het daarbij wel zo dat veel verhalen met verslaafden en dealers in de hoofdrol uiteindelijk niet goed aflopen.

 

Geplaatst in Verslaving

Over David van der Landen

David van der Landen studeerde in 2003 als docent af aan de Faculteit Geschiedenis van de Hogeschool van Utrecht. Sindsdien geeft hij les aan VMBO klassen op scholengemeenschap De Goudse waarden te Gouda. In 2012 studeerde hij af aan de Universiteit van Utrecht, alwaar hij de Deeltijdmaster Geschiedenis volgde. Zijn afstudeerscriptie handelde over de utopische tendensen in het werk van de Egyptische filosoof Hassan Hanafi. Momenteel volgt hij de Eerstegraads Master Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.